Wie maken veilige en moderne infrastructuur mogelijk?

Leestijd: 3 minuten

Jan Spoelstra

In het Kanaal Gent-Terneuzen komt een nieuwe grote sluis en Rijkswaterstaat en ENGIE renoveren twee 50 jaar oude bruggen en maken deze op afstand bedienbaar. Wie maken deze moderne infrastructuur mogelijk? TW volgt deze projecten het komende jaar.

Jaarlijks passeren ongeveer 60.000 zee- en binnenvaartschepen het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze vaarwegverbinding is van groot belang voor de beide havens en industrie langs het kanaal. Bovendien is het een schakel in de scheepvaartverbinding tussen de corridor Rotterdam en Frankrijk. De Nieuwe Sluis wordt de toegangspoort voor vracht richting Parijs.

Toenemend scheepvaartverkeer en steeds grotere schepen maken het noodzakelijk dat de infrastructuur op dit traject verbetert. Zo bouwt Rijkswaterstaat (RWS) samen met Vlaanderen, in opdracht van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie, een Nieuwe Sluis in het huidige sluizencomplex in Terneuzen. Het wordt één van de grootste sluizen ter wereld vergelijkbaar met die van IJmuiden, Panama en Antwerpen. Deze Nieuwe Sluis zorgt voor meer capaciteit voor de zee- en binnenvaart. Dit is van groot economisch belang voor de havens en de gevestigde industrie langs het kanaal én aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven.

Ook pakt RWS in samenwerking met ENGIE de twee draaibruggen op deze route aan: de bruggen bij Sas van Gent en Sluiskil. Hierbij werkt een gemixt team van RWS en ENGIE samen aan de modernisering van de technische installaties en het op afstand bedienbaar maken van deze bruggen. Beide bruggen maken deel uit van de grote onderhoudsopgave van RWS. De komende jaren vervangt en renoveert RWS honderden bruggen, tunnels, sluizen en viaducten die dringend aan een opknapbeurt toe zijn. Veel daarvan zijn gebouwd in de jaren 50 en 60 zoals de bruggen bij Sluiskil en Sas van Gent.

Dankzij de Nieuwe Sluis en de modernisering van de draaibruggen is dit stukje infrastructuur straks weer klaar voor de toekomst. Daarvoor is een breed scala aan expertise nodig. TW sprak met een aantal sleutelpersonen in deze projecten.

Annemieke van Woercom-Kats

Omgevingsmanager Project Draaibruggen Kanaal Gent -Terneuzen (DKGT), RWS

Op een zeker moment moet het onderhoud en de renovatie aan 50 jaar oude bruggen simpelweg gebeuren, anders lopen installaties vast. ‘Maar je kunt niet met je vuist op tafel slaan en jouw planning simpelweg doorduwen’.

‘We moeten de elektrotechnische- en besturingsinstallaties van de draaibruggen bij Sluiskil en Sas van Gent vernieuwen en de hydraulische aandrijving vervangen. Daarnaast maken we ze op afstand bedienbaar. Als omgevingsmanager van het project DKGT ben ik verantwoordelijk voor de afstemming met alle stakeholders van deze bruggen. Het gaat dan met name om goede afstemming van benodigde stremmingen voor weg-, spoor-, en scheepvaartverkeer, het aanvragen van vergunningen en communicatie met de omgeving.

Over de draaibrug bij Sluiskil gaat ook een spoorlijn. Wat is voor ProRail en voor de spoorvervoerders een acceptabele tijdspanne waarop we de brug voor treinverkeer kunnen stremmen? En wat is voor ons realistisch als we kijken naar de planning van ons project? Binnenkort wordt in overleggen duidelijk waar we met alle stakeholders op uit gaan komen. Als omgevingsmanager zijn dit de meest uitdagende momenten in het project.

Voor het renoveren en op afstand bedienbaar maken van de bruggen moeten we onder andere nieuwe kabeltracées aanleggen, slagbomen verplaatsen en nieuwe camera’s plaatsen. Welke vergunningen zijn hiervoor nodig? En wat is de impact van ons werk op het milieu en de omgeving? Het is mijn taak dat allemaal netjes uit te zoeken.’

Wilbur van Beijnen

Senior-adviseur Waterbouw Nieuwe Sluis Terneuzen, RWS

Ondanks dat het merendeel van het werk van waterbouwers onder water verdwijnt, moet er ook rekening gehouden worden met een stijgende zeespiegel: ‘We bouwen eigenlijk aan een constructie ter grootte van een kathedraal, maar dan onder water’.

‘Maar waarbij de steunmuren van een kathedraal een dak met grote overspanning moeten houden, moet hier de bodem de turbulentie van scheepsschroeven doorstaan. En boven de grond moeten we bestand zijn tegen een stijgende zeespiegel.

Daartoe hebben we de buitenwand van de sluis aan de noordwesthoek met een damwand tijdelijk verlengd tot de huidige buitendijk. Zo is bij de bouw een groot gebied ontstaan waar we veilig kunnen werken bij hoogwater. Ook komen delen van het complex 2,5 m hoger te liggen dan de West- en Oostsluis in verband met de verwachte zeespiegelstijging.

De waterbouw is vaak nog een echt ambacht van de rijswerker. De toepassing van wilgentakken (wiepenconstructie) met geotextiel en waterbouwsteen passen we toe voor de beide sluisingangen én om de waterbodem vast te houden nabij kadeconstructies.

Momenteel bevinden we ons in een interessante fase. De dienstenhaven krijgt steeds meer vorm. Die haven biedt straks plaats aan de sleepdiensten, douane- en patrouilleschepen.

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required