Wereldwijd leidende rol op materiaalgebied

Leestijd: 2 minuten

Mischa Brendel

Het Zernike Institute for Advanced Materials kwam onlangs in het nieuws, omdat het een van de FOM-focusgroepen voor funderend energieonderzoek kreeg toegewezen. En niet zonder reden: het Zernike Institute behoort tot de internationale top.

Het Zernike Institute for Advanced Materials is gehuisvest op het Zernikecomplex van de Rijksuniversiteit Groningen. Het heeft geen eigen gebouw, geen onderzoekslaboratoria die exclusief van het onderzoeksinstituut zijn, maar de resultaten die er geboekt worden, liegen er niet om. Zo riep NWO het Zernike instituut in 2010 uit tot de beste Nederlandse toponderzoekschool en plaatste het gerenommeerde Britse tijdschrift Times Higher Education het op de negende plaats in de wereldtop van materiaalonderzoeksinstituten voor de periode 2000-2010. Ook staan er maar liefst drie wetenschappers van het instituut in de wereldwijde top 100 van wetenschappers materiaalkunde van hetzelfde blad.

 

‘Het Zernike Institute for Advanced Materials doet onderzoek naar geavanceerde materialen in de breedste zin van het woord’, vertelt prof.dr. Thomas Palstra, wetenschappelijk directeur van het instituut. ‘En met geavanceerde materialen bedoel ik materialen die wetenschappelijk en mogelijk voor toepassingen interessant zijn. Onderzoek naar dergelijke materialen is een van de drijvers van de technologie. Een goed voorbeeld is de mobiele telefoon: het touch display, het licht, de communicatie; dat is allemaal micro-elektronica die mogelijk is dankzij geavanceerde materialen.’

 

Nanotechnologie speelt in het onderzoeksinstituut een grote rol. Palstra: ‘Moleculaire motoren zijn een belangrijk onderzoeksgebied. En iets jonger is onderzoek van de synthetische biologie: het kunstmatig bouwen van een cel. We zijn nog niet zo ver, maar langzaamaan leren we steeds meer over de mechanismen achter bepaalde celfuncties en leren we deze kunstmatig na te bouwen.’

 

Het onderzoek dat het Zernike instituut kan uitvoeren, wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door subsidie uit de zogenaamde dieptestrategie van het ministerie van OC&W. ‘Hierdoor kunnen we zelf ook snel onderzoek initiëren’, legt Palstra uit. ‘Normaal gesproken dien je een onderzoeksaanvraag in en dan hoor je soms pas twee jaar later of je het onderzoek wel of niet kan gaan uitvoeren. Dankzij onze speciale positie als toponderzoeksinstituut hebben we die lange wachttijd niet, maar kunnen we snel aan de slag.’

 

Dit betekent overigens niet dat het instituut in het wilde weg onderzoek initieert: aan alle wetenschappers stelt het Zernike instituut hoge eisen. Palstra: ‘Wij voeren toponderzoek uit, vooraanstaande bijdragen aan de wetenschap. En daarop zien wij streng toe. Zo verwachten we dat iedere onderzoeksgroep ten minste één keer per jaar een heel belangrijk onderzoek in een van de toptijdschriften publiceert.’

 

Dat toponderzoek leidt tot het opleiden van excellente onderzoekers, blijkt uit de cijfers, zo vertelt Palstra: ‘Promovendi die bij ons vandaan komen, vinden binnen één à twee weken een baan. Vooral de chemische en fysische sectoren zijn erg geïnteresseerd in de mensen die bij ons vandaan komen.’ Hierbij gaat het dan om bedrijven zoals Philips, ASML, Akzo Nobel, DSM, Unilever en Shell.

 

Het Zernike Institute for Advanced Materials – het enige onderzoeksinstituut in Groningen dat een eigen geaccrediteerde masteropleiding, nanoscience, aanbiedt – laat dan ook niet zomaar iedereen toe: alleen topstudenten mogen toetreden tot deze masteropleiding. Per jaar zijn dit er circa twaalf, waarvan iets meer dan de helft uit buitenlandse studenten bestaat.

 

Hoewel het Zernike instituut een flinke output produceert, zijn er niet meer dan veertig wetenschappers werkzaam; een groot deel van het onderzoek is afkomstig van de circa 150 promovendi aan het instituut. Zij zijn in hoge mate verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderzoek. Palstra: ‘Het instituut heeft een wereldwijd leidende rol op wetenschappelijk gebied en we zien er streng op toe dat dit ook zo blijft.’

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required