Wereldprimeur: weghalen 126.300 vaten kernafval uit Duitse zoutmijn

Leestijd: 2 minuten

Herman Damveld

De Duitse overheid heeft een vergunning afgegeven voor het opgraven van 126.300 vaten radioactief afval uit de zoutkoepel te Asse in de deelstaat Nedersaksen. Dit is een primeur. Het terughalen van vaten met kernafval is nog nergens ter wereld gebeurd.

In de zoutkoepel Asse zijn tot 1978 zo’n 125.000 vaten laag- en 1300 vaten middelradioactief afval opgeslagen. Het laagradioactief afval ligt in twaalf opslagruimtes op 725 tot 750 meter diepte, het middelradioactief afval in één opslagruimte op 511 meter diepte.

 

In 2008 werd bekend dat er al vanaf begin jaren negentig cesium is gemeten in de buurt van de vaten. Er stroomt dagelijks 12.000 liter water de zoutkoepel in. Het gevormde pekel heeft de vaten aangetast, waardoor er radioactiviteit vrijkomt. Milieuminister Norbert Röttgen (CDU) besloot daarop vorig jaar dat alle vaten opgegraven moeten worden. Het project kost 3,9 miljard. Volgens studies in opdracht van het Bundesamt für Strahlenforschung duurt het opgraven tien jaar.

 

Eind mei is een vergunning verleend aan het Bundesamt für Strahlenschutz (BfS) voor het opgraven van het kernafval. Als eerste stap verkent deze instantie twee opslagruimtes met kernafval via boringen. Daarbij moeten camera’s een indruk geven van de toestand van het kernafval en van de opslagruimtes zelf. Meetapparatuur geeft aan of er concentraties zijn van brandbaar of explosief gas. Na een positieve beoordeling van de gegevens gaan de beide kamers op 750 meter diepte open. De daaropvolgende stap is het bergen van de afvalvaten.

 

Maar er moet nog veel meer gebeuren. Enkele voorbeelden. Nog steeds bestaat het gevaar dat de zoutkoepel vol water loopt. Als er ongecontroleerd water naar binnen zou stromen, wil men de opslagruimtes en de schachten snel af kunnen sluiten en magnesiumchloride in de opslagmijn spuiten om het vrijkomen van radioactieve stoffen te minimaliseren.

 

Om de vaten weer naar boven te halen, wordt er een nieuwe schacht aangelegd. Daardoor is het terughalen veiliger en sneller uit te voeren. De bestaande schacht is voor het terughalen niet geschikt vanwege de geringe capaciteit. Voor de opgegraven vaten moet er een bovengronds gebouw komen met een opslagcapaciteit van 275.000 kubieke meter, maar er is nog geen besluit genomen over waar dat opslaggebouw moet komen. Ook de eindbestemming is onbekend.

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required