‘We zijn geen nerds en we hebben iets te bieden’

Alinda Wolthuis

Onlangs werd Aukje Doornbos uitgeroepen tot ‘Young Captain of the Year’. De senior adviseur van DSM-baas Feike Sijbesma maakt deel uit van een voorhoede van vrouwen die het hogerop zoeken in het bedrijfsleven. TW sprak met Annemieke Nijhof (ceo Tauw), Susanne Bach (innovatiemanager Essent) en Neriman Kocaman (manager high end beveiligingssoftware en verificatie & validatie bij Croon Elektrotechniek) over de weg naar de top.

Het aantal vrouwen in topfuncties in het Nederlandse bedrijfsleven blijft steken op 1 op 10, blijkt uit de Bedrijvenmonitor 2012-2015 (PDF). In een wereld die voor de helft uit vrouwen bestaat, is dat op zijn zachtst gezegd niet erg representatief. De praktijk blijft ook ver achter bij de ambitie van de overheid. Zo geldt een wettelijk streefcijfer van minimaal 30% vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen van grote bedrijven. Slechts één op de zes à zeven bedrijven slaagt hierin. En de techniek scoort zeker niet beter dan gemiddeld. Waar ligt dat aan? En is er hoop?

Om met dat laatste te beginnen: ja, er is hoop. Het aantal topvrouwen groeit. Bij nieuwe benoemingen wordt vaker serieus naar vrouwen gekeken. Druk vanuit de overheid helpt, zegt Annemieke Nijhof, ceo van de Tauw Group en onlangs uitgeroepen tot Topvrouw van het Jaar 2015. ‘Ik heb al twee brieven van minister Bussemaker ontvangen dat Tauw meer vrouwen in topfuncties moet benoemen. Als ik intern met zo’n brief kan zwaaien, dan zoeken we toch net iets serieuzer naar vrouwelijk talent.’

Het zou niet nodig moeten zijn om de radar speciaal af te stemmen op vrouwen, vindt ze. Diversiteit zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn, ook in het bedrijfsleven. ‘Bij de overheid zit dat wat meer in de genen dan in het technisch bedrijfsleven. De overheid weet hoe belangrijk het is om een afspiegeling van de samenleving te zijn. Ze kan ook putten uit een groter aanbod aan vrouwelijk talent dan technisch georiënteerde bedrijven, simpelweg omdat relatief weinig vrouwen kiezen voor een technische studie. Dat neemt niet weg dat er meer dan genoeg talentvolle vrouwen te vinden zijn in de techniek. Je moet er alleen wel voor open staan; men kijkt toch snel naar ‘peers’ als er een positie vervuld moet worden. En de ‘peers’ van de Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen zijn nu eenmaal vaak blanke mannen van middelbare leeftijd.’

Zelf was Nijhof Directeur-Generaal Water bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, raadsadviseur van premier Balkenende en topmanager bij de ministeries van VROM en OCW. Maar haar carrière begon en is inmiddels vervolgd bij Tauw. Ze studeerde chemische technologie aan de Universiteit Twente in een tijd – ze startte in 1984 – waarin minirokjes op de universiteit nog ongekend waren. ‘Ik was goed in natuur- en scheikunde en wilde iets studeren dat van betekenis was voor de wereld van morgen.’

In haar jaar studeerden slechts drie vrouwen af op haar terrein en in haar eerste baan moest ze zich echt bewijzen. ‘Men nam aan dat ik de secretaresse was’, herinnert ze zich. Maar tot op de dag van vandaag is de man-vrouwverhouding scheef, ook bij Tauw. En dat is jammer, vindt ze. ‘Diversiteit leidt tot creativiteit en tot betere oplossingen. Vrouwen zijn meer geneigd om de kwaliteit van het proces te bewaken, ervoor te zorgen dat alle betrokkenen inbreng kunnen leveren en de verbinding te zoeken. Zo kom je tot beter uitgebalanceerde oplossingen.’

Ze vindt het belangrijk om verschillen te koesteren. Dat gaat verder dan mannen en vrouwen. ‘Iederéén is uniek. Waar het om gaat, is dat mensen zich afvragen wat ze als persoon kunnen bijdragen aan een bedrijf. Dat vraagt een ‘microdiverse’ benadering van personeelszaken. Bij Tauw zijn we daar nu volop mee bezig.’ Onderdeel daarvan is een Young Talent-programma, het zoeken naar vrouwen in het management en het gericht toevoegen van vrouwen aan mannenteams. Ook selectiecommissies moeten divers zijn samengesteld.

Rolmodellen zijn belangrijk, zegt Nijhof. Haar eigen rolmodellen voor leiderschap zijn vier mannen: Barack Obama, Jezus Christus, Nelson Mandela en Martin Luther King. ‘Ik neig ernaar om Angela Merkel daaraan toe te voegen’, zegt ze. ‘Maar het is nog best lastig om inspirerende vrouwelijke leiders te vinden. Ik hoop dat het voor de generatie van mijn dochter anders ligt. Zeker in de techniek: het is zo’n gaaf en belangrijk onderdeel van de samenleving, vrouwen moeten daar bij willen zijn. En dat kan ook zonder je vrouwelijkheid tekort te doen: we zijn geen nerds of manwijven, we zijn gewoon geïnspireerd door de natuurwetenschappen!’

Susanne Bach, innovatiemanager van Essent, werd geboren toen Annemieke Nijhof ging studeren. Zij heeft helemaal geen moeite om een vrouwelijk rolmodel te noemen. ‘Ellen Johnson Sirleaf uit Liberia, de eerste gekozen vrouwelijke president van heel Afrika’, zegt ze. Ze citeert: ‘The size of your dreams should always exceed your current capacities to achieve them. If your dreams do not scare you, they are not big enough.’

Bach kon onlangs de Young Talent Award 2015 bijzetten in haar prijzenkast. Ze heeft Johnson Sirleaf’s motto niet voor niets gekozen; het past bij haar. Ze zet grote stappen in haar carrière en dat is alleen maar mogelijk als je grote dromen hebt én niet bang bent om kansen te pakken. ‘In het begin van mijn loopbaan liep ik op tegen mijn eigen onzekerheid. Ik vroeg me steeds af of ik iets wel kon en of ik echt iets had toe te voegen. Daar heb ik mee om leren gaan. Als ik iets niet kan, dan doe ik het juist heel vaak. Zo vergroot ik mijn comfortzone. Ik heb geleerd dat je meer kunt dan je denkt en dat je met een beetje lef en daadkracht een heel end komt. Ik heb de indruk dat veel vrouwen pas iets doen als ze heel zeker weten dat ze ‘t kunnen. Dat helpt niet als je ambitie hebt.’

Ook Susanne is warm voorstander van diversiteit. ‘Een bedrijf begrijpt zijn klanten beter als er vanuit een gemengd team wordt gedacht. Zeker in de technische sector hebben vrouwen veel toe te voegen. We staan als samenleving voor grote uitdagingen, zoals de energietransitie, het tekort aan water en grondstoffen en de digitalisering. De wereld wordt steeds complexer en veranderingen gaan steeds sneller. Bij grote vraagstukken is het belangrijk om niet alleen te kijken naar deeloplossingen, maar ook naar het grote plaatje, naar de samenhang. Ik denk dat vrouwen altijd op zoek zijn naar die verbinding, dat ze de puzzel graag compleet maken.’

Zelf werkt ze aan smart grids. ‘Ik zie heel veel goede ideeën om mij heen, maar als je niet oppast blijven die hangen binnen een select groepje. Mijn meerwaarde zit ‘m erin dat ik de ideeën naar de mens breng. Ik maak ze simpel, leg ze uit en kijk hoe je ze kunt vertalen naar de toepassing.’ Haar team neemt haar serieus. ‘Mijn doel is om de ideeën van de teamleden tot hun recht te laten komen en verder te brengen. Dat is prettig voor iedereen, dus daar heeft niemand problemen mee.’

Zelf heeft ze ervaren dat het leuk is om een stap extra te zetten. ‘Ik krijg een kick als iets lukt, wil altijd blijven groeien en impact hebben op de samenleving. Om me heen zie ik meer vrouwen met ambitie. Krachtige, vrouwelijke vrouwen die klaar staan om topposities te pakken. Ik zou zeggen: pak je kansen!’

Dat is wat Neriman Kocaman altijd gedaan heeft – al kreeg ze het niet cadeau. De geboren Turkse kwam op haar zesde naar Nederland. Ze studeerde wiskunde, het ‘mooiste vak ter wereld’. In de collegezaal was minder dan 10% vrouw. Na haar studie werkte ze in de ict bij achtereenvolgens Sogeti, Allshare, SQS, en AEGON, waar ze testtrajecten en -afdelingen opzette en leidde. Inmiddels is ze manager Prismata Releases & Support (Prismata is een high end beveiligingssysteem) en manager Verificatie & Validatie bij Croon Elektrotechniek BV. Onlangs werd ze voorgedragen als Etnische Vrouwelijke Manager van het Jaar. Ze won net niet, maar de nominatie deed haar goed. ‘Als vrouw en Turkse moet ik me dubbel bewijzen. Met name de ict is een harde omgeving, waar veel ‘politiek’ wordt bedreven en waarin je zomaar te horen kunt krijgen dat ‘Turken schorem zijn’. Dat kwetst. Ik vond het geweldig dat Croon me voordroeg voor deze titel, ik voelde me vereerd.’

Kocaman heeft een enorme drive voor ‘exact’. ‘Ik houd van duidelijkheid. Iets is goed of niet goed en dat kun je bewijzen. Geen onnodige discussies. Daarom past het werkveld verificatie en validatie ook zo goed bij mij.’ Bij Croon zette ze de afdeling Verificatie & Validatie Management neer en ontwikkelde, standaardiseerde en implementeerde ze een methode die Croon nu toepast in tenders en projecten.

Daarnaast helpt ze andere TBI-zusterbedrijven met het toepassen van systems engineering.  Tegelijkertijd leidt ze de Prismata-afdeling. ‘Ik werk hard en ben resultaatgericht’, zegt ze. ‘Daardoor ben ik gekomen waar ik nu ben. En als ik de kans krijg, dan groei ik door. Ik wil me niet vervelen. Zodra iets routine wordt, is het tijd voor een volgende stap.’

Het is een vergissing dat de bèta-werkvelden ‘mannelijk’ zouden zijn. ‘Dat label hangen we er in Nederland aan’, zegt ze. ‘Dat is cultureel bepaald. Als ik vrouwen tegenkom in de techniek – en dat zijn er veel te weinig – dan zijn dat vaker vrouwen met een allochtone achtergrond. Neem bijvoorbeeld het beroep CAD-engineer. In Nederland wordt dat vrijwel alleen door mannen gedaan, in bijvoorbeeld Iran is het juist een vrouwenvak: je hebt er geen kracht voor nodig en je hoeft er niet bij tij en ontij de straat voor op. Wat mij betreft zijn technische beroepen gewoon sekseneutraal: pas als een beroep vanuit fysieke overwegingen minder geschikt is voor vrouwen, zou ik er het label mannelijk aan hangen.’

Bij Croon zit Kocaman in het vrouwennetwerk dat wordt ingezet om meer vrouwen binnen te halen en meisjes te inspireren voor techniek. ‘Rolmodellen zijn belangrijk’, zegt ze. Zelf is ze ook zo’n rolmodel. Ze besluit: ‘Diversiteit helpt een bedrijf betere resultaten te bereiken. Je krijgt een bredere blik, profiteert van meer kennis en andere inzichten en kijkt anders naar je omgeving. Een bedrijf dat zich dat realiseert en er naar handelt is een slim bedrijf.’

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required