‘We bouwen nu hét probleem van de toekomst’

Gerald Schut, Jan Spoelstra

Nederland bouwt niet ambitieus en toekomstbestendig genoeg, vindt hoogleraar duurzaam bouwen Andy van den Dobbelsteen (TU Delft). ‘Nu bestaat nieuwbouw uit gebouwen die nét niet goed genoeg zijn. Die worden straks de grootste probleemgevallen.’

Van den Dobbelsteen ziet grote kansen om bouwkosten te verlagen door modulaire geïntegreerde oplossingen. We zouden bovendien niet alleen moeten kijken naar wat duurzaamheid nu kost, maar ook naar de welzijns- en gezondheidswinst van klimaatadaptief en duurzaam bouwen. ‘Het is zo zonde om gas te gebruiken om woningen mee te verwarmen. Je hebt een miraculeus molecuul, met een hoge energiedichtheid, dat goed te transporteren en op te slaan is en waarmee je zeer hoge temperaturen kunt bereiken en dan ga je daarmee huizen tot 21 graden verwarmen. Dat is alsof je de Formule 1 bolide van Max Verstappen hebt en je hem alleen als boodschappenwagentje gebruikt.’

‘Dat hangt samen met het recente rapport van het PBL, dat verduurzaming financieel niet uit zou kunnen. Dat gaat voorbij aan de diversiteit van woningen en aan het feit dat in Nederland heel veel innovatieve bedrijven zijn die geïntegreerde oplossingen ontwikkelen, die daardoor ook goedkoper worden. Denk aan na-isolatiepakketten die je in een keer kunt plaatsen, waardoor een huis in één keer energieneutraal wordt. Als je alles los doet, zoals het PBL berekende, dan wordt het inderdaad een hele dure business. Je zou eigenlijk ook verder moeten kijken en alvast rekenen met die hogere, CO2-prijs, waarvan je weet dat die gaat komen. Als je rekent met € 140 per ton CO2, die de VN voorstelt, heb je een totaal ander verhaal. Heb jij ooit je cv-ketel terugverdiend? Dat vraagt nooit iemand. Zodra je iets duurzaams doet dan wordt dat meteen vergeleken. We kunnen er beter naar kijken als iets wat we nodig hebben. Van een wc ga je ook de terugverdientijd niet uitrekenen.’

‘Daar schrik je van, maar het verschil is nog best groot. Voor kantoren is BENG best pittig, maar voor woningen helemaal niet. De gebouwen die we nu neer zetten kunnen buiten seizoenschommelingen om nog veel energie van het net halen. Ik denk dat dat in de toekomst een heel groot probleem gaat opleveren. De gebouwen die we nu neer zetten die nét niet helemaal goed zijn, kan je moeilijk aanpassen, want ze hebben al heel veel elementen in zich, zoals isolatie en geavanceerde installaties in de constructie. Alles wat we nu neerzetten en niet 100% duurzaam is, gaat hét probleem van de toekomst worden.’

‘Ik denk dat we niet bang moeten zijn om met name de gebouwen die technisch gezien in slechte staat zijn en ook niet meer voldoen aan onze huidige bouweisen, bijvoorbeeld door een hele lage verdiepingshoogte, te slopen en te recyclen. We hebben tenslotte een eeuw lang met 2,40 m als vrije hoogte gewerkt en in sommige gebouwen is daar nog een beetje vanaf geknibbeld. Maar ik denk dat ook een heel groot deel gerenoveerd of getransformeerd kan worden. Het allerbelangrijkste is vaak de constructie. Als je die kan laten staan heb je 60% van de initiële milieubelasting opnieuw benut. Dat kan met name bij kantoren en scholen uitstekend. We hebben in Nederland uitstekende architecten, die dat mooi kunnen en we hebben bouwers die modulaire systemen aanbieden, waarmee het makkelijk kan als het karkas helemaal gestript is.’

‘Ten eerste hebben we enorm veel verticaal gebouwoppervlak, terwijl in Nederland de zon meer horizontaal staat dan verticaal. Gemiddeld (dus in maart en september) is de hoogste stand 38 graden. Hartje winter is het zelfs 15 graden. Als je met verticale pv-panelen bovendien oost-, zuid- en westgevels bekleedt, pak je ook veel meer van de ochtend- en avondzon. Je opwekprofiel wordt dus veel beter over de dag en over het jaar verspreid dan panelen die op het dak, onder een hoek op het zuiden gericht zijn. Die wekken vooral stroom op om 12 uur ’s middags als je niet thuis bent en ’s zomers als je op vakantie bent. Je hebt met verticale pv nog steeds seizoensopslag nodig, maar veel minder.’

‘Het is van de zotte dat we nu nog in de Randstad bijbouwen. De volle gebieden worden daar zo nog drukker, terwijl je wéét dat we daar een keer een overstroming gaan krijgen. De consensus onder klimaatwetenschappers is inmiddels wel dat de kans groot is dat Groenland ergens in de komende eeuwen zal smelten. Dan stijgt de zeespiegel met 6 à 7 meter en is de kans groot dat we de Randstad kwijt zijn. Ik vind dat we langzamerhand Nederland moeten gaan voorbereiden op een ander soort inrichting. Dus niet nu weer in de allerdiepste polders gaan bouwen en niet doorgaan met de nieuwe woningopgave, die weer procentueel over alle gemeentes wordt uitgesmeerd, waardoor het grootste deel in de Randstad terecht komt, waar het gevaar het grootste is. Mensen vergeten vaak dat gemalen ook enorm veel energie gebruiken, puur om de polders droog te houden. Je moet van Nederland niet nog meer een badkuip willen maken en dan heel hard pompen om het droog te houden.

Het was een fout om het ministerie van VROM op te heffen. We moeten juist weer gaan plannen. Dat zie je ook met de energietransitie. Doe het juiste ding op de juiste plek. We kunnen makkelijk ruim boven NAP bouwen. Groningen kan een dynamische regio worden met een snelle trein naar Hamburg en Bremen en goede infrastructuur voor bedrijven. Of kijk naar Zuid-Limburg. Dat gebied stroomt leeg, terwijl het potentieel fantastisch gelegen is tussen Brussel, Eindhoven en het Ruhrgebied. Met een beetje visie doe je daar iets mee.’

‘Van mij hoeft niet alles in één keer. Doe de grootste klappers eerst. Je hebt bijvoorbeeld woningcorporaties met grote portfolio’s met portiekflats. Ik vind dat je beter een hele wijk van energielabel E naar C kunt brengen dan één flatgebouw van E naar A. Maar we moeten ook verder kijken. Bij de Dutch Green Building Council hebben we het begrip ‘Paris proof’ voor gebouwen ontwikkeld. Dan kijken we naar de potentiele duurzame energieopwekking van Nederland en kijken we hoeveel energie de gebouwde omgeving dan nog mag vragen. Gebouwen moeten zo zuinig worden dat ze met minimale externe energie toekunnen.’

‘Nu is misschien 1 % van de gebruikte materialen in de bouw biobased. Ik denk dat we ondergronds nog wel met beton zullen moeten werken, maar voor de rest kan alles met biobased materialen. Je kunt heel veel uit Scandinavië en Siberië halen. Daar is de aanwas groter dan de kap. Ze hebben zelfs zoveel hout dat ze het van gekkigheid in biomassacentrales verstoken. Als je je hout gebruikt als bouwmateriaal leg je bovendien de koolstof in het gebouw zelf vast. Dan kun je zelfs klimaatpositief worden.’

‘Ten eerste zouden nieuwe gebouwen zelfvoorzienend moeten zijn qua energie. Dat betekent dat je in het ontwerp ook moet voorkomen dat in de zomer mechanische koeling nodig is. Temperatuuroverschrijdingen in de zomer moeten scherper aan banden worden gelegd want dat gaat nu heel hard mis. En ik zou circulair en natuur-inclusief bouwen er ook in opnemen.’

‘Wat mij betreft nul-op-de-meter. We hebben in Nederland zo’n hoge dichtheid in steden, dat je misschien ook niet kunt verwachten dat elke huis energieneutraal te maken is. Maar je kunt er ook aan denken om op wijkniveau of stadsniveau energieneutraal te worden. Daar zal je nog wel extra energieproductie in de winter nodig hebben, want we hebben nu eenmaal seizoensverschillen en die kun je niet 100% opvangen met opslag of omzetting naar andere brandstoffen. Energieneutraal hoeft niet zonder fossiele brandstoffen te zijn, als je op een ander moment in het jaar diezelfde hoeveelheid duurzaam opwekt. Het doel is voorlopig om netto nul te halen.’

‘We hebben in Nederland veel oppervlaktewater dat we als warmtebuffer kunnen gebruiken. We kunnen er op papier 30 tot 40% van onze huidige warmtevraag mee opvangen. Water is veel stabieler in temperatuur dan de buitenlucht. Daar kunnen we in zomer behoorlijk veel warmte uit halen, opslaan en die in de winter gebruiken. Daar doen we nog veel te weinig mee. Als ’s zomers het water 25 graden is, kan je dat via een warmtewisselaar opslaan in een aquifer en dat in de winter gebruiken om via een warmtepomp op te krikken naar lagetemperatuurverwarming. Hoe kleiner de temperatuursprong die zo’n warmtepomp moet maken, hoe efficiënter. Een nevenvoordeel is dat een lagere watertemperatuur algengroei tegengaat en dat in de winter met kouder water schaatsen, en dus een Elfstedentocht, weer in zicht komt. In Rotterdam is aan de Maas al een project dat ’s zomers warmte uit het water haalt om ’s winters te gebruiken en ’s winters koude om ’s zomers te gebruiken. Zulk kruiselings gebruik is een concept, maar je kunt ook het hele jaar warmte onttrekken. Daar ben ik voorstander van.’

 

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required