‘Waterstof kansloos in gebouwde omgeving’

Gerald Schut

De bouwsector maakt veel te weinig gebruik van de mogelijkheden die er zijn voor verduurzaming. Jan Willem van de Groep, directeur van Factory Zero, is een ideeënmachine die maar moeilijk stil kan zitten. Hij legt uit waarom waterstof overschat wordt, circulariteit een hype is en warmtepompen nauwelijks geluid maken.

‘Stroomversnelling is nog in uitvoering. Er zijn tot nu toe zo’n 4.000 bestaande huizen energieneutraal gemaakt. De ambitie van 100.000 woningen in 2020 halen we niet. Het worden er denk ik zo’n 10.000. Dat komt doordat de bouwers niet zo snel de innovatieslag hebben kunnen maken als we gehoopt hadden. Ons doel was integrale innovatie, waarbij alle onderdelen op elkaar afgestemd zijn. Maar bouwers denken zelden projectoverstijgend. Daardoor realiseren ze geen schaalvoordelen. Daarnaast was de Stroomversnelling bedoeld om de goede condities te creëren, die zijn er nu, die aantallen zijn belangrijker gemaakt dan ze waren.

Met mijn eigen bedrijf Factory Zero proberen we die innovatieslag nu wel te bereiken. We maken gasloze concepten die we aan meer bouwers verkopen. Als bedrijf zitten we tussen de fabriek en de bouwers. De bedoeling is dat we in de toekomst het totaalconcept voor de hele woning kunnen leveren, maar nu voor leveren we een energiemodule met bouwkundige integratie. Dat is een complete energiemodule met verwarming, warm water, ventilatie en omvormer van 5 of 7,5 kW met een stuk van het dak. Over een paar jaar leveren we hele daken waar de installatie in verwerkt zit. We hebben vorig jaar 300 van die apparaten in het veld gebracht en hopen dit jaar op rond de 1500 te komen met zo’n 30 mensen.’

‘BENG is een stap achteruit. Er zijn drie problemen. Ten eerste betekent het de facto een EPC van 0,4 en is daarmee bouwkundig minder streng dan nu. Bovendien is de norm niet uit te leggen. Consumenten kunnen er weinig mee doordat warmte, koude en ventilatie op één hoop gegooid worden. En tenslotte gebruikt de norm een zogeheten PEF-factor die ten onrechte suggereert dat er nu al heel veel duurzame energie beschikbaar is. Ik vind het onbegrijpelijk dat daarvoor is gekozen.’

‘Ja, de hele bouwsector hobbelt achter die modeterm aan, terwijl we er niet eens een goede eensluidende definitie van hebben. Doorgaans prik je er in twee vragen al doorheen. Hoe zit het met ‘embodied energy’ – de energie die nodig is voor het maken en hergebruiken van het product?. Uiteindelijk is circulariteit namelijk grotendeels een energievraagstuk. Als je onbeperkte beschikking over energie hebt, is het heel makkelijk om alles te opnieuw te gebruiken. Nu blijft het vaak hangen in gepraat over kringloopjes op projectniveau. Ik voorspel dat dit hetzelfde loopt als die bouwrage van 20 jaar geleden: IFD (Industrieel, flexibel en demontabel). Met dat concept zijn toen een aantal gebouwen neergezet. Die worden nu simpelweg gesloopt, omdat het veel te duur is om alles te demonteren. Laten we constateren dat de meeste bouwmaterialen te energie-intensief zijn. Daarom moet je sowieso altijd goed nadenken over hergebruik. Maar ik geloof niet in circulariteit via verduurzamingspaspoorten en andere registers die pas waarde krijgen over 50 jaar. Dan hebben we al lang andere ideeën over circulariteit. Belangrijker: het leidt af van de grote opgave voor de bouw: CO2-reductie. 40 % van de CO2 uitstoot is toe te schrijven aan de gebouwde omgeving. Dat is gewoon met lineaire verdienmodellen op te lossen.’

Wat mij betreft komt er veel meer aandacht voor het gebruik van biomassa in bouwmaterialen. Dan heb je dubbele winst: het kost relatief weinig energie om te maken en je slaat er koolstof in op. Slimme chemie mag ook. Door CO2-arme polymeren toe te passen heb je bijvoorbeeld minder cement nodig. Meer recycling van beton levert overigens ook niet zonder meer milieuwinst op. Het wordt nu als puin gebruikt voor de fundering van wegen. Het alternatief daarvoor is dat je gebroken stenen uit België, Duitsland of Tsjechië gaat halen of dikkere lagen asfalt toepast. Het lijkt me niet zinvol om vrachtwagens vol daarmee te laten rondrijden. Gebroken puin is eigenlijk best wel goed spul.’

‘Ik ben op zich niet tegen waterstof, maar als de waterstofmensen de suggestie wekken dat we binnenkort 10 miljard m3 gas voor verwarming gaan vervangen door waterstof, hebben ze aan mij een tegenstander. Dat is onmogelijk en misleidend. Om dat te realiseren heb je 17 keer zoveel wind nodig als we tot 2025 hebben gepland op zee. Zoveel hebben nog niet eens in 2050 staan. Tot die tijd is het 8 keer efficiënter om schaarse duurzame stroom te gebruiken om met een warmtepomp huizen te verwarmen dan de route die loopt via waterstof verstoken in gasketels. Dat bevestigt Gasunie zelf ook. Voor toepassing van groene waterstof komt voor een rationele beleidsmaker eerst de zware industrie aan bod, dan het maken van spullen en kunstmest, dan zwaar transport en dan is er heel misschien na 2045 ook nog iets over voor de gebouwde omgeving.’

‘Ja, dat is inmiddels de laatste verdedigingslinie van Ad van Wijk. We maken ons daarmee geopolitiek kwetsbaar en worden onnodig afhankelijk van overheden die nu niet bepaald een toonbeeld zijn van goed bestuur. Ad heeft bovendien nog nooit een kostenplaatje laten zien. Het gaat wel om het vervangen van 40 miljard m3 gas. Er zit zoveel meer complexiteit in het verhaal dan eventjes energie-technisch bepalen of het uit kan. Zolang er geen business plan is, blijft het dromerij. Dit soort verhalen zorgt ervoor dat energietransitie stagneert. Ik zie voortdurend corporatiedirecteuren die niet willen verduurzamen omdat ze denken dat ze straks zonnestroom voor 1,5 cent per kWh uit de Sahara gaan krijgen. Dat is zo zonde. Je moet wel het hele verhaal vertellen!’

‘Wij hebben inmiddels 300 warmtepompen staan en ik hoor nooit klachten over geluid. Het hangt natuurlijk af van de plek, het vermogen en de leeftijd. Maar het is mijn stellige overtuiging dat je geen overlast van die apparaten hoeft te hebben. De modulerende buitenunit gaat bij goed geïsoleerde huizen pas geluid maken als het vriest. Dan zitten maar weinig mensen buiten. Ik heb het idee dat klachten veel meer gaan over koelwarmtemachines. Je zou voor warmtepompen die ’s zomers in de koelmodus staan normen moeten stellen. Je kunt ook software ontwikkelen om gedragspatronen te herkennen, waardoor je niet onmiddellijk na een douchebeurt met vol vermogen een boilervat hoeft te gaan vullen. Dat soort ontwikkelingen staan nu nog in de kinderschoenen. In principe hoeft het maken van warm water bij vol vermogen niet voor meer dan uur geluid per dag te zorgen op de momenten dat mensen niet buiten zitten.’

‘De voorwaarden zijn dat A de warmtevraag van een huis minder is dan 50 kWh (ofwel het equivalent van 5 m3 gas) per m2 per jaar bedraagt en B het pand zelf evenveel opwekt als het verbruikt. Dan mag je de huurder om een vergoeding vragen. Corporaties blijken dat ingewikkeld te vinden. Ik vind het onverantwoord dat corporaties dit geld laten liggen. Als je 100 woningen bouwt en afziet van 100 euro EPV in de maand dan laat je 25.000 euro investeringsruimte per huis, dus € 2,5 miljoen liggen. Daarvoor had je 20 extra huizen kunnen bouwen. Om de EPV te mogen heffen moet je het energieverbruik van de woning monitoren. Dat werk kun je allemaal uitbesteden aan de leverancier, wij doen dat ook voor corporaties. Een klant van ons, een kleine corporatie met 1.100 woningen, was in staat om hiervoor eigen software te schrijven, hoezo ingewikkeld? Ik vind dat corporaties maatschappelijk verzaken door dit niet te doen, je doet het al erg goed als je gelijkblijvende en stabiele woonlasten kunt garanderen. Als je voor heel Nederland de jaarlijkse energiekosten van € 13,5 miljard neemt over de komende 20 jaar, heb je € 270 miljard die je kunt vrijspelen voor energiebesparing. De energierekening van huurwoningen is twee keer meer dan de verhuurdersheffing. Daar klagen ze over en ondertussen geven ze gratis energie aan de huurder. Misschien kan je niet het volledige energieverbruik voor die totaalsom oplossen, maar je kunt wel 80 % oplossen voor 80% van dat bedrag.’

‘Thuisbaas van Urgenda richt zich meer op consumenten, wij doen business to business. Thuisbaas lijkt een beetje een hekel te hebben aan isoleren. Zij vinden label A al snel te duur en stoppen liever 35.000 euro aan installaties in een minder goed geïsoleerd huis. Dan kom je een eind richting minder CO2-uitstoot en lage gebruikerslasten. Maar zo’n model is niet houdbaar als binnenkort de salderingsregeling wordt afgeschaft wordt. Dan krijg je minder voor de stroom die je teruglevert en betaal je meer voor de stroom die je verbruikt. Daar moet je op anticiperen.’

‘Ik heb geen weerstand tegen IR-panelen op zich, maar als hoofdverwarming zijn ze ongeschikt. Of je moet een supergoed geïsoleerd huis hebben. Daarnaast vergeet men altijd dat er ook een warm water voorziening bij hoort met een COP van 1. In een slaapkamer is IR interessanter dan vloerverwarming. Infraroodpanelen voor in de huiskamer zijn riskant. Dan is het risico groot dat je ze de hele tijd aan hebt, waardoor je een onzuinig huis met een COP van 1 aan het opwarmen bent [red. een warmtepomp heeft een COP van 4: hij produceert vier keer zo veel warmte als hij aan stroom gebruikt]. Dat is natuurkundig niet slim. De corporaties die ermee experimenteren, zijn ook niet enthousiast.’

‘In Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk staan ook veel gelijksoortige woningtypologieën. Er is veel belangstelling voor. België is een beetje een exoot, met heel weinig standaardisatie.’

2016 – nu Directeur Factory Zero

2016 – 2017 Adviseur Stroomversnelling

2010 – 2016 Programmaregisseur Energiesprong

2008 – 2010 Manager vastgoed en vastgoedontwikkeling Wonion

2003 -2006 Manager planontwikkeling Sité Woondiensten

1995 – 2002 Projectmanager Rots Bouw Aalten

Studies: Bedrijfskunde (RUG) en Civiele Techniek (HAN)

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required