UT opent High Tech Factory

Mischa Brendel

Al in december 2010 zag High Tech Factory van de Universiteit Twente (gedeeltelijk) het levenslicht toen het begon met zijn intrek in het voormalige MESA+ laboratorium, dat zelf een nieuw onderkomen had gekregen. In november 2012 was de herontwikkeling van het pand voltooid. Op 16 mei jongstleden vond de officiële opening plaats van de faciliteit die onderzoeks- en ontwikkelingsruimte biedt aan kleine bedrijven die werken op micro- en nanoschaal.

Dagvoorzitter was tekstschrijver en tv-presentator Harm Edens, zelf ook geboren en opgegroeid in Enschede, maar volgens eigen zeggen wel ‘een echte alfa’. Wellicht wist hij hierdoor als buitenstaander juist de goede vragen te stellen over nanotechnologie, waarbij de belangrijkste was ‘wat kun je daar nou mee?’. En dat is precies het gebied waarop de bedrijven binnen High Tech Factory werken: het vermarkten van technologie gebaseerd op micro- en nanotechnologie.

High Tech Factory biedt bedrijven niet alleen de mogelijkheid om labruimtes, cleanrooms en kantoorruimtes te huren, maar ook om via een speciaal opgericht fonds, het High Tech Fund, de benodigde apparatuur in gebruik te krijgen. Hiervoor moet een commissie de aanvraag eerst goedkeuren. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan least het bedrijf de apparatuur, die eigendom blijft van High Tech Fund.

Het MESA+ Nanolab beschikt over geavanceerde apparatuur die ook door bedrijven wordt gebruikt. Om hun technologieën succesvol te kunnen vermarkten, hebben deze bedrijven echter vaak aanvullende apparatuur nodig gericht op productieprocessen als testen, verpakken en assembleren, legt Miriam Luizink uit. Luizink, zelf technisch natuurkundige, is directeur van High Tech Factory. ‘Na de ontwikkelingsfase komen voor bedrijven de backend-productiestappen. Ontwikkelde miniatuur spuitmonden moeten bijvoorbeeld een kunststof behuizing krijgen. Voor een onderzoeksinstituut als MESA+ is dat niet interessant, maar voor de bedrijven essentieel. Daarvoor is dus aanvullende apparatuur nodig.’

Momenteel zijn er in High Tech Factory dertien partijen gevestigd, waarvan elf bedrijven. Luizink: ‘Al deze bedrijven zijn spin-offs van de universiteit en dergelijke spin-offs waren ook de aanleiding om High Tech Factory op te zetten. Maar wij beperken ons zeker niet tot spin-offs. Elk bedrijf mag bij ons aankloppen, zolang ze maar aan de voorwaarden voldoen.’ Die voorwaarden zijn dat het bedrijf actief is op het gebied van micro- of nanotechnologie, dat het groeiambities heeft, dat het een product in volume wil produceren en dat het zelf een prototype heeft.

De omvang van de cleanrooms, lab- en kantoorruimtes waar de bedrijven gebruik van maken, bepalen ze zelf; de cleanrooms zijn in te delen in compartimenten. Op die manier zijn er in totaal dertien cleanrooms, twintig laboratoria en 46 kantoren beschikbaar in de faciliteit die in totaal een oppervlakte van circa 5.000 m2 beslaat.

Luizink omschrijft High Tech Factory zelf onder meer met de woorden ‘productiefaciliteit’ en ‘ondernemingsfabriek’. Die laatste term sluit ook goed aan bij de lezing van Draijer, die wat betreft bedrijven in Nederland een ‘droogtefase’ ziet tussen spin-offs van universiteiten en bedrijven van institutionele grootte. Hij wijst erop dat bijvoorbeeld MIT in de VS zijn spin-offs veel langer steunt en naar een dusdanig grote schaal helpt dat andere bedrijven ze over willen kopen, waarbij MIT ook financieel profiteert. Draijer: ‘Zie het als een zesde geldstroom. Zoiets zou hier, wel met de nodige afspraken natuurlijk, ook moeten kunnen.’

Hij sluit zijn innovatielezing af met een pleidooi voor de industrie: ‘We zullen zien dat de industrie in de toekomst weer meer in de belangstelling zal komen te staan. De laatste jaren zijn we meer en meer in de dienstensector gaan zitten, maar we moeten de industrie niet onderschatten.’ Draijer ziet hierin een mooie taak weggelegd voor High Tech Factory.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required