TNO bouwt munitie-testlabs in Brazilië

Leestijd: < 1 minuten

Alinda Wolthuis

TNO realiseert in Brazilië een aantal laboratoria om munitie te testen op levensduur. Het gaat om laboratoria voor het Braziliaanse leger en voor munitieproducent CBC; in 2014 voltooide TNO al een laboratorium voor toeleverancier Emgepron.

De opdrachten volgen op het feit dat Brazilië de door TNO in Rijswijk ontwikkelde heat flow calorimetry-methode tot nationale standaard heeft verklaard. Deze techniek is gebaseerd op het meten van de vrijkomende warmte door ontledende stoffen in de munitie. Die warmte is de basis voor het berekenen van de veilige periode. ‘Munitie is intrinsiek instabiel en zal zich dus altijd op enig moment ontleden’, zegt Wim de Klerk, TNO Coördinator Brazilië. ‘Bij hoge temperaturen verloopt dit proces sneller dan bij lage, maar wanneer dat moment precies is, kon lange tijd niet voorspeld worden. Met onze heat flow calorimetry-methode kan dat wel. Dat is zeker in een land als Brazilië, dat verschillende klimaatzones heeft, belangrijk. Bovendien schaft Brazilië soms munitie aan die al op leeftijd is en waarvan het moment van ontleding dus al dichterbij is. Het juist kunnen inschatten van risico’s is dan cruciaal.’

In 1995 vond op een eiland in de baai van Rio de Janeiro een serie krachtige explosies plaats in een munitieopslagplaats van de Braziliaanse Marine. Wim de Klerk ziet het als een keerpunt in het denken over veiligheid bij het Braziliaanse Ministerie van Defensie. ‘Het leidde ertoe dat TNO in 2004 en 2009 twee laboratoria inrichtte in Brazilië. We leverden de apparatuur en software, trainden de gebruikers en zijn verantwoordelijk voor maintenance & support. Sindsdien hebben zowel de NAVO als Brazilië onze methode tot standaard verklaard.’

De techniek is ook inzetbaar voor andere energetische materialen, bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie.

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required