TenneT wil eiland als windstroomhub

Benno Boeters

  • Voorkomt omwegen
  • Converter goedkoper

Een kunstmatig eiland op de Doggersbank als een elektriciteitsrotonde voor alle landen aan de Noordzee. Hoogspanningsnetbeheerder TenneT ontvouwde daarvoor vorige week een plan. Het is een logische vervolgstap voor een onderzeese infrastructuur voor elektriciteitstransport. Zowel om de door offshore windturbines opgewekte stroom tegen lage kosten aan land te krijgen, als om elektriciteit tussen de landen efficiënt te distribueren en snel in te spelen op fluctuaties in vraag en aanbod in de verschillende landen. Als IJmuiden Ver straks draait en de vraag naar stroom in Groot-Brittannië hoog is en hier laag, hoeft het transport niet eerst via Nederland; de hub spaart de omweg uit.

Mel Kroon, directeur van TenneT, schetst een eiland van 6 km2, compleet met haven en landingsbaan. En met converterhallen die windstroom (wisselstroom) omzetten in gelijkstroom, zodat de energie met minimaal verlies richting Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland of België kan. Het eiland staat bijna perfect centraal tussen grote geplande offshore windparken, daar waar het continentaal plat van Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland samenkomt. Bovendien is daar, bij de Doggersbank, de zee slechts zo’n 20 m diep.

TenneT zorgt sinds vorig jaar voor de ‘stopcontacten op zee’ ten behoeve van de windparken langs de Nederlandse kust (bestaande en geplande). In Duitsland, waar TenneT het grootste deel van het hoogspanningsnet bezit en beheert, heeft de netbeheerder te maken met de windparken ten noorden van de Duitse wadden. Doordat er nog een brede scheepvaart-corridor tussen ligt, staan de windparken ver uit de kust. Bij een afstand van meer dan 100 km is het efficiënter de elektriciteit als gelijkstroom te transporteren. Het energieverlies is dan 1 % door de kabel en 3 % bij de omzetting van/naar wisselstroom (wisselstroomkabels worden warm en verliezen dus meer energie). Ook de al bestaande ‘interconnectoren’ – kabels op de zeebodem – zoals NorNed en BritNed, en de toekomstige CobraCable en NordLink, opereren op gelijkstroom.

Offshore converters (op platforms) zijn duur. Ze moeten zeer compact zijn, ze koelen op zeewater en onderhoud is kostbaar. Een converterhal op land – of een eiland – is veel kostenefficiënter. Dat gegeven, plus de mogelijkheid om tussen de Noordzeelanden (groene) stroom tegen zo laag mogelijke kosten te transporteren al naargelang aanbod en vraag, maken volgens TenneT de goede businesscase. ‘Opspuiten van dit eiland kost wellicht rond de € 1,5 miljard, maar je spaart er wel dure stekkerdozen op platforms in zee (AC/DC-converters) mee uit’, zegt Kroon.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required