Sentinel-1A monitort aarde met ongeëvenaarde precisie

Erwin Boutsma

Als alles volgens plan is verlopen – de lancering op 3 april moest bij het ter perse gaan van dit nummer nog plaatsvinden – heeft aardobservatiesatelliet Sentinel-1A inmiddels al zijn eerste rondjes rond de aarde gedraaid.

De eerste uren van Sentinel-1A zullen ‘een van de meest complexe in de recente geschiedenis zijn’, aldus ESA vooraf aan de lancering. De Europese ruimtevaartorganisatie maakt bekend dat Sentinel-1A, nadat de satelliet is losgemaakt van zijn Sojoez-draagraket op 690 km hoogte, door tien verschillende stadia moet om de twee enorme zonnepanelen – waarvan de dragende constructie is vervaardigd door het Nederlandse Airborne Composites – en verschillende radarantennes te ontvouwen.

De ESA claimt dat het omvangrijke Copernicus-programma, waar Sentinel deel van uitmaakt, ‘het meest ambitieuze aardobservatieprogramma is dat ooit is gelanceerd’. Het heeft tot doel om klimaatverandering in kaart te brengen en potentieel gevaarlijke natuurverschijnselen tijdig te detecteren. De kunstmanen vormen het deel van Copernicus dat zich in de ruimte bevindt; het programma bestaat namelijk ook uit waarnemings- en communicatiestations op aarde, en ook het interpreteren van de data van de Sentinels valt onder Copernicus.

Sentinel-1A is de eerste van vijf verschillende satellietsystemen en zelf de helft van een duo: de identieke Sentinel-1B volgt later dit jaar. De satellieten staan aan tegenovergestelde kanten van de aarde (180 graden uit elkaar), zodat per omgang een zo groot mogelijk gebied kan worden bekeken. Belangrijkste instrument aan boord is de C-band Synthetic Aperture Radar (SAR), die dag en nacht en onafhankelijk van bewolking of regen het aardoppervlak bestudeert.

Boven zee valt te denken aan het monitoren van zeeijs en olievlekken, boven land is dat onder meer de beweging van de bodem, landgebruik en het bestuderen van de conditie van landbouwgewassen. ESA deed voor die laatste toepassing al in 2011 een succesvolle proef met Radarsat-2, een voorloper van Sentinel-1 met een minder gevanceerde radar. Daarbij werd ook de provincie Flevoland bekeken.

Een andere interessante toepassing voor Sentinel-1 is het bewaken van dijken. Binnen het in 2012 afgeronde Terrafirma-project lukte het om met voorganger Envisat, die sinds 2012 buiten gebruik is,  om bewegingen van waterkeringen rondom het IJsselmeer te detecteren met een nauwkeurigheid van enkele millimeters per jaar. De onderzoekers concludeerden destijds dat een van de beperkende factoren bestond uit het te geringe aantal rondjes rond de aarde per tijdseenheid van Envisat, iets wat Sentinel-1 oplost.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required