Rolweerstand, luchtweerstand en ICT

Mischa Brendel

Op 7 februari sluit de inschrijftermijn van TNO voor het demonstratieproject ‘Truck van de toekomst’. In totaal zullen circa tweehonderd vrachtwagens uitgerust worden met diverse koolstofdioxide-reductiesystemen en de effecten hiervan worden gemeten.

Hoewel er op de markt verschillende systemen zijn die leiden tot koolstofdioxide-reductie door brandstofbesparing, is er volgens TNO een gebrek aan concrete data: het is niet bekend welk systeem onder welke omstandigheden hoeveel brandstof bespaart en of systemen ook praktisch toepasbaar zijn. Het onderzoeksinstituut gaat daarom dit jaar tweehonderd vrachtwagens monitoren, uitgerust met negen tot twaalf verschillende commercieel verkrijgbare systemen.

 

‘Het demoprogamma richt zich op drie thema’s’, vertelt Willar Vonk, projectmanager bij TNO. ‘Rolweerstand, luchtweerstand en ICT. Dit laatste gaat om het verbeteren van het rijgedrag van de chauffeur.’ Dit kan direct door feedback van een boordcomputer, of indirect door data die de wagenparkbeheerder binnenkrijgt en vervolgens gebruikt voor instructie of beloning van de chauffeur.

 

Hoewel het aantal aanmeldingen al flink is, ziet Vonk graag dat transportondernemingen zich nog altijd aanmelden. ‘We willen een goede mix van grote, middelgrote en kleine bedrijven en tevens van verschillende soorten transport, zoals nationaal en internationaal.’ Een bedrijf dat zich aanmeldt doet echter niet automatisch mee aan de proef; er zijn bepaalde voorwaarden. Zo moeten de bedrijven het brandstofverbruik goed administreren en liefst meerdere identieke voertuigen hebben. Vonk: ‘Dat is belangrijk voor onze metingen, want we willen graag een paar referentietrucks hebben waarin we geen systeem installeren, voor een goede vergelijking.’

 

Om de rolweerstand te verminderen, wordt een aantal vrachtwagens uitgerust met energiezuinige banden. Ook onderzoekt TNO het effect van bandenspanningsmonitoring en wieluitlijning. Voor de luchtweerstand komen systemen in aanmerking zoals zijafscherming en elektrische topspoilers op de cabine. Naast het monitoren van de behaalde brandstofbesparing beoordeelt TNO de praktische toepasbaarheid van de systemen. Uiteindelijk bepaalt men ook wat de terugverdientijd van de systemen is, waarin de invloed op reguliere kosten zoals onderhoud wordt meegenomen.

 

Naar verwachting gaan de meetproeven in maart van start. ‘Dan hebben we de meetmethodes uitgewerkt en kunnen de systemen worden ingebouwd’, aldus Vonk. De leveranciers van de te testen systemen verzorgen zelf het inbouwen. Zij stellen de systemen vaak tegen een aantrekkelijk tarief of zelfs gratis ter beschikking. Vonk: ‘Daar zijn we erg blij mee, want de deelnemende partijen krijgen voor deze proef geen subsidie.’

 

De hoop van de leveranciers is dat bedrijven zo enthousiast zijn over de systemen dat zij deze voor hun gehele wagenpark zullen aanschaffen. ‘Het idee is dat deze zich hebben terugverdiend binnen één of twee jaar’, aldus Vonk. Natuurlijk is het terugverdienmodel wel afhankelijk van het systeem en het inzetprofiel van het voertuig. ‘Daarom is het zo belangrijk dat we een goede mix van deelnemende bedrijven hebben.’

 

TNO wil zo snel mogelijk na het afronden van de eenjarige praktijkproef met een rapport naar buiten komen. Het maakt de informatie beschikbaar via een nog op te richten kennisloket, zodat transportbedrijven kunnen zien hoeveel welk systeem nu precies hoeveel bespaart en welk systeem voor een bepaalde transporteur dus het meest nuttig is om aan te schaffen.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required