‘Quotilde’

Boris van Zonneveld

Paniek in de politiek. De Wet Bestuur & Toezicht moest vrijwillig leiden tot 30 % vrouwen in de Nederlandse bedrijfstop, maar dat is niet gelukt. Dat blijkt uit de Bedrijvenmonitor, een steekproef bij een kleine 5.000 bedrijven die onder de wet vallen. De realiteit vandaag de dag is dat raden van bestuur voor 9,6 % uit vrouwen bestaan en raden van commissarissen voor 11,2 %.

Vrouwelijke politici buitelden over elkaar heen om hun onvrede daarover uit te spreken. PvdA-minister Jet Bussemaker was ‘zwaar ontevreden’. Zij overweegt zelfs bedrijven sancties op te leggen. Haar partijgenote Gerdi Verbeet, voorzitter van de Commissie Monitoring Talent naar de Top, stelde dat de bedrijven met weinig vrouwen in de top er ‘niets van begrijpen’.

Bussemaker ‘vreest’ nu voor een vrouwenquotum. De minister dreigt al een tijdje met deze draconische maatregel om verplicht 30 % vrouwen in topfuncties bij bedrijven te krijgen. In Duitsland is dit fraaie vergezicht van de minister al bij wet vastgelegd. Vorig jaar werd de politiek het eens en vanaf januari gaan de strenge regels in voor de 108 beursgenoteerde bedrijven aldaar. Op dit moment is het aandeel vrouwen in de top 22 %.

De politiek kreeg echter kritiek uit onverwachte hoek. Juist veel topvrouwen roerden zich, zoals Nicola Leibinger-Kammüller, topvrouw bij machinefabriek Trumf en lid van de raad van commissarissen bij Lufthansa en Siemens. Volgens haar discrimineert het vrouwenquotum dames die erin geslaagd zijn om op eigen kracht de top te bereiken. ‘Wie wil er nou Quotilde zijn?’ zei ze. Daar is wat voor te zeggen.

In Nederland mengde Barbara Baarsma, directeur van SEO Economisch Onderzoek en kroonlid van de SER, zich in de discussie met een interessante nuance. Zij vindt dat er helemaal geen probleem is. Op dit moment is één op de vier managers vrouw. Baarsma zegt: ‘Van de 70 % vrouwen die werkt, heeft slechts één op de vier een voltijdbaan. Als je kijkt naar het aantal vrouwen dat voltijd werkt, is het percentage vrouwen aan de top dus juist heel erg netjes.’ 

Baarsma snijdt vervolgens een tweede interessant punt aan, want in haar ogen werken vrouwen niet voltijd omdat ze dat zélf niet willen. Dat blijkt ook uit onderzoek. Zo’n 75 % van de vrouwen wil geen topfunctie omdat ze dan teveel moeten opgeven. Zeno Group ondervroeg 1.000 vrouwen in de Verenigde Staten tussen de 21 en 33 jaar met een college degree. Het resultaat? Het grootste gedeelte van de dames was vooral geïnteresseerd in een bevredigende baan – geen topbaan – en een goed functionerend gezin.

In internationaal onderzoek scoren Nederlandse vrouwen als nog minder carrièregedreven. Ze werken liever deeltijd. Veel vrouwen verlaten de techniek zelfs als er geen parttimebaan mogelijk is.

Alle quotumpolitici ten spijt: waarom zou iedere Nederlandse vrouw niet zelf mogen bepalen of zij al dan niet een topfunctie ambieert?

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required