Potentie voor productie groene waterstof in Nederland en Duitsland

Mark van der Heijden

Een gemeenschappelijke Duits-Nederlandse waterstofmarkt kan tussen nu en 2050 kan uitgroeien tot zeven maal de huidige omvang. Samenwerking tussen de buurlanden bij het ontwikkelen van een gemeenschappelijke waterstofmarkt en -infrastructuur levert veel kansen op voor het realiseren van een CO2-vrije economie in de regio.

Dat concluderen het Duits onderzoeksinstituut Forschungzentrum Jülich, het Duitse energieagentschap Dena en TNO. De drie instituten werken samen in het project HY3 om inzicht te verschaffen in hoe een transnationale waterstofeconomie er in 2050 uit zou kunnen zien.

Afnemers van waterstof worden in dit scenario via een backbone van ruim 5000 km aaneengesloten leidingen voorzien van maximaal 7,1 miljoen ton waterstof geproduceerd met offshore windenergie. Om vraag en aanbod gedurende het jaar in evenwicht te houden, zal er echter ook waterstof geïmporteerd moeten worden en zijn er bijna 60 zoutcavernes nodig voor ondergrondse opslag.

De huidige vraag naar waterstof voor toepassingen in de petrochemische industrie in Noordrijn-Westfalen en Nederland is aanzienlijk, respectievelijk 17 TWh en 41 TWh per jaar. In 2050 zal de totale vraag voor de onderzochte sectoren met een factor 7 gestegen zijn, namelijk 162 TWh in NRW en 239 TWh in Nederland.

Tegen 2050 komt de jaarlijkse waterstofproductie met behulp van offshore wind uit op 54-139 TWh voor Nederland en 37-100 TWh voor Duitsland. Er zal dus ook import van waterstof nodig zijn. Er werd uitgegaan van een toename van de import van waterstof via Nederlandse en Duitse havens van 6-21 TWh per jaar in 2030 naar 162-310 TWh in 2050.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required