Minilaboratorium op plaats delict

Armand van Wijck

In de digitale revolutie, waar data in een handomdraai beschikbaar moet zijn, wil ook het Nederlands Forensisch Instituut blijven inspelen op technologische ontwikkelingen. In dit kader bracht het NFI vorige week een werkbezoek aan het Mesa+ Instituut van de Universiteit Twente, waarbij studievereniging Astatine aansluitend een symposium organiseerde. Vooral de lab-on-a-chip speelde hierin een prominente rol.

Dat er in forensisch onderzoek behoefte is aan nieuwe technologie, bleek al uit het openingsrelaas van dr. Arian van Asten, hoofd van de NFI-afdeling Fysische en Chemische Technologie. ‘We willen onmiddellijk bewijs, foutenvrij en te allen tijde wetenschappelijk gevalideerd. Snelle en mobiele forensische methodologie heeft een groot potentieel. Plaats forensisch onderzoek toe wanneer je nog op het plaats delict bent en gebruik technologie die onmiddellijk antwoorden geeft.’ Het gebruik van een lab-on-a-chip (loc) – in de orde van centimeters – kan hier grote uitkomsten bieden, betoogde hij.

 

DNA-expert prof.dr. Ate Kloosterman van het NFI vertelde over het miniaturiseren van ‘gelelectroforese’ in combinatie met een loc. Bij gelelectroforese plaatst een onderzoeker opgelost DNA in een gel, en zet daar vervolgens een spanning op. Dit spanningsveld brengt het DNA in beweging, waarbij de weerstand van de gel het DNA in verschillende lengtes fragmenteert. De DNA-fragmenten worden zichtbaar door ze te kleuren met een fluorescerend materiaal als ethidiumbromide. Deze techniek, verkleind in een loc, wordt momenteel toegepast binnen het EU-project Midas (Millifluidic DNA Analysis System). Midas is een draagbaar kastje dat de loc-technieken wil gebruiken om binnen twee uur een DNA-profiel te leveren.

 

Prof.dr. Han Gardeniers van het Mesa+ Instituut besprak ‘electrowetting’: als je het elektrische veld in een loc versterkt, zal een vloeistofdruppel meer op het chipmateriaal (bijvoorbeeld teflon) gedrukt worden. De druppel spreidt zich hierdoor meer uit over het materiaal, zodat het makkelijker door de kleine transportkanaaltjes van de chip stroomt en makkelijker te mixen is met andere druppels. Gardeniers: ‘Een mogelijke applicatie is optische detectie op een chip om zo kleurtesten voor drugs te vervangen. Tot nu toe zijn die testen afhankelijk van de oogkwaliteit van de onderzoeker. Voer de reacties uit op een chip en de menselijke factor wordt omzeild. Daarnaast kunnen we de data ook opslaan en in een database zetten.’

 

Virtualisatie

Binnen het NFI werkt men ondertussen onder de noemer ‘CSI The Hague’ aan een project dat het plaats delict wil virtualiseren. Dit moet het voor politie en justitie mogelijk maken om een plaats delict virtueel opnieuw te bezoeken. Hierbij wordt onder meer gebruik gemaakt van 3D-scanners, warmtebeeldcamera’s en spectrale camera’s om bloed en eiwitsporen zichtbaar te maken. Ook krijgen rechercheurs een helm op met een display waarop extra informatie over de omgeving te zien is. Een ander interessant aspect is de geïmplementeerde software van Thales, die dankzij Bayesiaanse theorie – rekenregels uit de kansrekening – mogelijke misdaadscenario’s berekent die wellicht over het hoofd gezien zijn.

 

Meer innovatie is te vinden in het Forensic Field Lab, een enorme hal waar het NFI een plaats delict op ware schaal nabouwt. Hierdoor kunnen technisch rechercheurs en forensisch onderzoekers in de praktijk oefenen met het vinden en veiligstellen van sporen. ‘Zo kunnen we het lab bijvoorbeeld voorzien van extreme koude of stank. Als een collega een lichaam moet onderzoeken dat al weken in staat van ontbinding is, hoe doet hij dat dan? Dat kunnen we nu meten’, aldus Andro Vos, projectleider van CSI The Hague.

 

Met de augmented reality helm van Niels Mulder van de KABK is

de plaats delict te virtualiseren (copyright: CSI The Hague)

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required