Microplastics afval in de Noordzee

Leestijd: 2 minuten

Jeroen Heimeriks

Deltares en het Instituut van Milieuvraagstukken (IVM) van de VU nemen deel aan het project MICRO, dat zich richt op de monitoring van plastic afval kleiner dan 5 mm in het Kanaal en de zuidelijke Noordzee. Dit zogenaamde microplastic afval is potentieel gevaarlijk voor mens en het milieu, en kan bijvoorbeeld via vissen en schelpdieren bij de mens terechtkomen. Microplastics zijn deels afkomstig van grote stukken plastic die in rivieren en zeeën worden afgebroken. Een ander deel spoelt direct als microplastic in rivieren of zeeën, bijvoorbeeld plastic korreltjes uit verzorgingsproducten.

MICRO duurt van juli 2012 tot september 2014 en maakt deel uit van het Europese INTERREG IV A programma. Hierin werken Deltares en het IVM samen met Europese kennisinstituten als het Belgische EV-ILVO, CNRS en Ifremer uit Frankrijk en het Britse Cefas. Het project richt zich vooral op monitoring, om de omvang van het probleem en de effecten op zeedieren vast te stellen.

In 2011 onderzocht Deltares al samen met het IVM van de VU Amsterdam voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu de aanwezigheid van microplastic afval in de Noordzee. In hun rapport beschreven de onderzoekers dat verschillende organismen de kleine plastic deeltjes in hun weefsels kunnen opnemen.

Binnen MICRO focust Deltares onder andere op het ontwikkelen van analysemethoden voor plastics in sedimenten en organismen en het ontwikkelen van modellen om in kaart te brengen hoe het plastic accumuleert en verspreidt. Verder voert het kennisinstituut experimenten uit met groenalgen en onderzoekt het de sociaaleconomische impact van microplastics op het kweken van vissen en schelpdieren in bassins. Deltares doet ook onderzoek naar de gevolgen van de toxische stoffen die in microplastics zitten, waaronder stoffen met een hormoonverstorende werking.

Bij hun chemische analyses zet men tot nu toe onder meer de zogenaamde Fourier-transform infrarood spectroscopie in om het polymeertype te bepalen. Daarnaast gebruikt de VU de zogenaamde Raman spectroscopie. ‘De gangbare visuele inspecties zijn nog niet geautomatiseerd en hieraan zijn dus relatief hoge kosten verbonden. Ook detecteren de methodes niet of nauwelijks deeltjes van 1 micrometer of kleiner, waardoor het probleem onderschat kan worden. We moeten zoeken naar een snellere, slimmere en goedkopere manier voor het meten van microplastics in milieumonsters.  Wij werken onder andere aan een identificatietechniek voor polymeren.’, aldus prof. dr. Dick Vethaak, werkzaam bij Deltares en als bijzonder hoogleraar bij het IVM.

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required