Megakraan voor Rotterdamse stationshal

Christian Jongeneel

De ruimte op het Rotterdamse stationsplein is krap. Tijdens de bouw van de nieuwe hal blijft het station dagelijks 110.000 reizigers verwerken.

Onder het stationsplein ligt een metrostation, op het dak waarvan geen al te zware belastingen mogen rusten. Bovendien zijn naast de aannemer van de stalen overkapping nog twee andere partijen bezig met respectievelijk de bouw van het metrostation en de overkapping van de sporen. Dit alles maakt de realisatie van het stalen casco van de stationshal een complexe opgave.

 

Op het stationsplein zelf is geen ruimte voor de plaatsing van een kraan. De immense stalen onderdelen van de hal moeten vanaf een terrein langs het spoor naar hun bestemming getild worden, over het tijdelijke station heen. Dat vraagt om een kraan met een groot bereik. Ook het formaat van de delen speelt mee.

 

‘Vanwege alle activiteiten op het stationsplein is er daarnaast weinig ruimte om tijdelijke ondersteuningen aan te brengen onder de constructiedelen’, vertelt Brian Bul, directievoerder van het staalbouwdeel bij Gemeentewerken Rotterdam. ‘De stalen liggers moeten dus groot zijn. Ze worden momenteel gefabriceerd in België en over de weg naar hartje Rotterdam vervoerd. Dat stelt grenzen aan afmetingen en gewicht ervan. Sommige liggers hijsen we dezelfde dag op hun plek. Andere worden op het stationsplein aan elkaar gelast en dan op hun definitieve plek gehesen. Dat moet dan binnen een paar dagen gebeuren, vanwege ruimtegebrek.’

 

Inzet van de tachtig meter hoge kraan, die een draaicirkel van 112 meter heeft, is afhankelijk van het weer. Wanneer het hard gaat waaien, moet men de kraan plat neerleggen op het terrein langs het spoor. Op sommige momenten zal een tweede, kleinere kraan nodig zijn om de delen op hun plek te krijgen en te houden, terwijl werklui ze aan elkaar vastmaken.

 

De overkapping van 3.500 ton staal komt, nadat alle delen aan elkaar vast zitten en men dus de tijdelijke ondersteuningen kan verwijderen, op drie punten te rusten. Aan de spoorkant komt de hal ze glijdend op de rand van de spooroverkapping te liggen. Aan de voorkant rust de hal op twee betonnen poeren van vier meter hoog, die op hun beurt gefundeerd zijn op de diepwanden van het metrostation. Bul: ‘Zulk zwaar gewapend beton hebben we bij Gemeentewerken niet eerder gezien.’

 

De verankering van de staalconstructie in de poeren is flexibel uitgevoerd. Afhankelijk van de buitentemperatuur kan de constructie namelijk enkele centimeters uitzetten of krimpen. Hetzelfde geldt voor de wanden en luifels van de stationshal: speciale voorzieningen maken deze bewegingen mogelijk.

 

Als de operatie volgens planning verloopt, staat het stalen casco van de stationshal in oktober op zijn plek. Aansluitend start het aanbrengen van de roestvrijstalen beplating, die het station een futuristisch uiterlijk moet geven. De oplevering van de volledige ov-terminal is voorzien voor eind 2012.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required