Internationale ingenieursmarkt stagneert

Teake Zuidema

De vraag naar diensten van ingenieursbureaus stagneerde in 2013 op de internationale markt. Die conclusie trekt het Amerikaanse bouwvakblad ENR uit zijn jaarlijkse overzicht van de 225 grootste internationaal opererende ingenieursbureaus.

De gezamenlijk inkomsten buiten hun land van vestiging voor deze top 225 bedroeg vorig jaar $ 72 miljard, een daling van 0,2 % ten opzichte van 2012. Deze daling werd wel gecompenseerd door de inkomsten van dezelfde bedrijven in hun land van vestiging. Die steeg van $ 70 naar $ 72 miljard.

Het gebrek aan groei in Europa en Azië leidt er volgens ENR toe dat de ingenieursbureaus in 2014 op agressieve wijze proberen nieuwe markten betreden en daadkrachtig op het overnamepad gaan. Zo heeft het Amerikaanse AECOM (nummer 4 in de top 225) een bod gedaan op het eveneens Amerikaanse URS (nummer 16). De heftige concurrentie betekent volgens ENR ook dat opdrachtgevers meer risico’s in projecten naar de bureaus kunnen schuiven.

Het betreden van buitenlandse markten is moeilijk omdat nationale overheden en internationale financiële instituties vaak lokale bureaus bevoordelen. In Europa zijn alle ogen gericht op de groeiende Scandinavische markt, waar overheden de komende vijf jaar $ 180 miljard zullen investeren in de infrastructuur.

ENR’s analyse opent met een fraai beeld van de in aanbouw zijnde Markthal in Rotterdam, een project waar Royal HaskoningDHV tekende voor het structureel ontwerp. Dit bureau uit Amersfoort staat met $ 404 miljoen aan opbrengsten buiten Nederland op de veertigste plaats in de top 225. Fugro zakte van plaats drie naar vijf met $ 3,2 miljard internationale opbrengsten in 2013. Arcadis zakte van plaats vijf naar zes met $ 2,4 miljard aan inkomsten buiten Nederland. Arcadis is inmiddels wel de grootste buitenlandse speler op de Amerikaanse markt. Grontmij staat op plaats 29 met een internationale opbrengst van $ 709 miljoen.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required