Hoogwaterbescherming in buitenland geen prioriteit

Benno Boeters

Acht steden in Noord-West Europa werken samen onder de noemer FloodResilienCity. Doel van het project is ‘beter om kunnen gaan met het gevaar van overstromingen in de stedelijke gebieden’.

Vertegenwoordigers van de acht steden en elf kenniscentra kwamen op 9 maart bijeen in Nijmegen, om ervaringen uit te wisselen over hoogwatersituaties en bestendigheid tegen overstromingen. De conferentie leverde zowel theoretische – Franse – beschouwingen op over de ‘methodologie van impact-assessment’ voor als een stad onderwater loopt, als praktische voorstellen zoals verhoging van de drempels op straat om bij stortbuien kelderwoningen in Dublin droog te houden.

 

De reden dat Franse onderzoekers kiezen voor een meer theoretische benadering is wellicht dat Franse steden al zo’n eeuw lang niet te kampen hebben gehad met extreem hoogwater. Toch neemt ook langs de Loire en de Seine het risico toe omdat in steden als Orleans, Tours en Parijs (Île de France) veel nieuwbouwprojecten langs de rivier plaatsvinden, zodat de potentiële economische impact van een overstroming toeneemt.

 

Steden in Duitsland, in het stroomgebied van de Elbe, en in grote delen van Groot Brittannië hebben meer gevoel van urgentie omdat men daar recent te kampen heeft gehad met enorme overstromingen. Terwijl in Engeland normaal gesproken in de maand juni 72,6 mm regen valt, gaven de peilschalen in juni en juli 2007 hoeveelheden aan van 100 tot 140 mm per etmaal. Gevolg: kolkende waterstromen door laaggelegen straten in binnensteden, een schade van rond de zes miljard pond en dertien doden.

 

In 2002 trof een ‘eens in de duizend jaar-hoogwaterstand’ het stroomgebied van Elbe en Donau. In Praag aan de Moldau (die in de Elbe overgaat) noteerden de Tsjechen een nog nooit vertoonde afvoer van 5300 m3/s waar voor augustus 150 m3/s normaal is. De schade in het stroomgebied bedroeg vijftien miljard euro. In de deelstaat Saksen vielen 21 doden.

 

Nu heeft Nederland in 1993 en 1995 ook recordhoogtes in de rivieren genoteerd. De piekafvoer in 1995 was zo’n 12.000 m3/s bij Lobith. Tweehonderdvijftigduizend mensen werden geëvacueerd. Echter: de dijken hielden het. Vervolgens zette Rijkswaterstaat een ingrijpend dijkverstevigingsprogramma op, en werd besloten de rivieren meer ruimte te geven. Daarmee moet de Rijn een afvoercapaciteit krijgen van 16.000 m3/s. De vanzelfsprekendheid waarmee Nederland die maatregelen neemt, is in andere landen volstrekt niet aan de orde.

 

‘In omringende landen zijn de hoogwaterrisico’s geen nationale kwestie. Het heeft in Duitsland, Engeland, België of Frankrijk geen nationale prioriteit. Dat is voor ons Nederlanders bijna onbegrijpelijk’, zegt dr.ir. Jean-Marie Stam, werkzaam bij RWS – Ruimte voor de Rivier en projectleider van FloodResilienCity.

 

In plaats van het probleem in zijn geheel aan te pakken, zijn andere deelnemers in het project meer lokaal bezig met adaptieve oplossingen, zoals het hoogwaterbestendig maken van gebouwen. En de focus ligt sterker op ‘self reliance’ en verzekeringsconstructies voor het geval het water door de straten spoelt. ‘Onze partners in het buitenland moeten nog heel veel doen om de awareness bij politici, architecten en het grote publiek te verhogen. Problemen met hoogwater zijn technisch op te lossen maar het vergt járen om stakeholders bewust te maken en particuliere belangen ondergeschikt te maken aan het gemeenschappelijke. Wat wij in Nederland dus al eeuwenlang doen’, aldus Stam.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required