Hoe willen de technische branches 60.000 vacatures vervullen?

De nood is hoog. De energietransitie en de bouw van een miljoen woningen dreigen spaak te lopen door een gebrek aan technici. De technische brancheverenigingen willen daarom met het Aanvalsplan Techniek in 10 jaar 60.000 vacatures vervullen. Hoe zijn de brancheverenigingen tot dit plan gekomen?

Het Aanvalsplan Techniek leest als een goed onderbouwd betoog. In 23 pagina’s schetsen brancheverenigingen Techniek Nederland, Koninklijke Metaalunie, werkgeversvereniging WENB, Bouwend Nederland en FME, en ondernemersverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland een duidelijk beeld van de problemen én oplossingen die zij zien.

En de problemen op de arbeidsmarkt zijn groot, zo blijkt uit onderzoek dat door SEO Economisch Onderzoek op verzoek is gedaan. Zo is het aantal Nederlanders op de arbeidsmarkt in de afgelopen 25 jaar met 2 miljoen personen gegroeid tot ruim 9,5 miljoen. Die groei vlakt af, want in 2030 zal het arbeidsaanbod ruim 9,9 miljoen zijn.

Tegelijk blijft de vraag naar personeel in de techniek-, bouw- en energiesector hoog, zelfs nu de Nederlandse economie een vrij lage groei kent. Dit komt doordat er een grote vervangingsvraag is: er stromen meer arbeidskrachten uit dan erin. Maar bovenal neemt de vraag toe vanwege de energietransitie en de roep om meer woningen. Tot 2030 gaat het om bijna 150.000 extra banen, een toename van 10% ten opzichte van de totale werkgelegenheid nu.

En dan zijn er de ‘kwalitatieve mismatches’. Er worden simpelweg te weinig technici opgeleid, vooral op mbo-2 en mbo-3 niveau. Het aantal vacatures voor deze technici groeide van 46.000 in 2018 naar 72.000 eind 2021, terwijl in dezelfde periode het aantal inschrijvingen voor een technische opleiding op dat niveau daalde van 38.000 naar 32.000. Zonder nieuw beleid blijven de arbeidsmarkttekorten zo groot als ze nu zijn, concluderen de partijen dan ook.

Instroom verdubbelen

Goed, meer Nederlanders zullen dus in de techniek moeten gaan werken: de instroom moet verdubbelen, de uitstroom (nu nog 70 procent) liefst naar nul. Dat begint bij de jeugd. De techniekbranches willen daarom dat techniek een structurele plaats krijgt in het onderwijs. De branches willen dit ondersteunen door gastlessen, bedrijfsbezoeken, techniekcoaches én door zich in te spannen om 1000 hybride docenten op te leiden en beschikbaar te stellen.

Ook stellen de partijen voor de mensen aan te spreken die nu nog amper in de techniek zijn terug te vinden: vrouwen, mensen met een niet-westerse achtergrond en arbeidsgehandicapten. Dat vraagt om modern werkgeverschap, concluderen zij, waarin meer ruimte is voor bijvoorbeeld deeltijd werken en bedrijven aantrekkelijker worden voor de doelgroepen die ze nu nog missen.

Het belangrijkste instrument is de Gouden Poort. Het idee erachter is dat de arbeidsmarkt nu zo in beweging is, nu vaardigheden zo snel verouderen, dat veel technisch opgeleiden daarom de sector verlaten. Voor (zij)instromers maakt het dat lastig om juist een plek in de techniek te vinden.

De Gouden Poort moet die switchers en (zij)instromers opvangen. Zij vinden daar informatie, cursussen en begeleiding voor een loopbaan in techniek. Werkgevers vinden daar nieuw en oud talent dat ze naar een baan in de techniek kunnen begeleiden. Ze bieden daar modulair, maatwerk leerwerktrajecten aan die aansluiten op de werk- en levenservaring van de werkzoekenden.

Arbeidsproductiviteit omhoog

Vacatures zijn natuurlijk geen probleem meer wanneer deze oplossem, bijvoorbeeld door de arbeidsproductiviteit te vergroten. Dit lost op termijn de tekorten voor 25.000 vacatures per jaar op. Het probleem is echter dat de productiviteit in Nederland nauwelijks meer groeit en op een lager tempo dan die in andere Westerse landen – en dat al sinds 2009.

Dat geeft aan dat er ruimte verbetering is, net zoals eerder in de bouw tussen 2000 en 2018 de arbeidsproductiviteit per medewerker met bijna 30% groeide. Bovendien beschikt een medewerker in die sector over relatief weinig machines als je de financiële waarde daarvan (11.000 euro) afzet tegen de waarde van de machines waar een werknemer in de industrie mee werkt (115.000 euro).

De brancheverenigingen stellen zich daarom de opdracht om de arbeidsproductiviteit jaarlijks met 1 procentpunt te laten groeien. Daarvoor ontwikkelt elke sector een eigen plan of geeft het een impuls aan een bestaand programma, zoals de Bouwagenda.

Wel zal in die plannen in ieder geval in moeten worden gegaan op sneller digitaliseren, automatiseren en robotiseren. Wereldwijd staat Nederland op plaats 13 met 209 robots per tienduizend medewerkers. Geen slechte score natuurlijk, maar in het afgelopen jaar is Nederland wel twee plekken op die ranglijst gezakt. Werk aan de winkel dus.

Ook moeten proces- en marktinnovaties in de sectorplannen benoemd worden. Bedrijven in dezelfde keten moeten meer gaan samenwerken en de overheid moet helpen door programmatisch aanbesteden mogelijk te maken, precies zoals de bouw ook al programmatisch werkt. Ook productinnovaties moeten in de plannen langs komen, zodat door een aanpassing van het ontwerp (modulair ontwerpen bijvoorbeeld) minder vraag naar werk is.

Vakkrachten van buiten EU

Deze goede plannen ten spijt gaat dat op korte termijn onvoldoende technische vakkrachten opleveren. De brancheverenigingen stellen daarom voor om statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) aan het werk te krijgen en gericht en tijdelijk vakkrachten van buiten de EU werk, inkomen en huisvesting te bieden.

De statushouders kunnen via omscholingsprogramma’s met werkend leren aan de slag in de technische sector. Het is een beproefd plan, want netbeheerders hebben in de afgelopen jaren een programma opgezet om statushouders op te leiden tot elektromonteurs. Daarnaast zijn er al tussen de 300 en 400 statushouders aan de slag in de installatiebranche.

Arbeidsmigratie is een lastiger te tackelen onderwerp. Op dit moment mag alleen bij een specifieke vacature en wanneer er aantoonbaar geen personeel binnen de EU te vinden is ook buiten de EU gezocht worden. Het kan wel tot negen maanden duren voordat dat daadwerkelijk aangetoond kan worden. Uitzondering daarop is de kennismigrantenregeling. Die zorgt voor een soepele en snelle toelating voor mensen die boven een bepaalde salarisgrens gaan verdienen.

De brancheverenigingen stellen voor om voor de technische sectoren ook een specifieke regeling in het leven te roepen; de vakkrachtenregeling. Vakkrachten uit landen buiten de EU kunnen zich aanmelden wanneer ze aan de kwalificaties voldoen. Vooraf worden normen gesteld over de tijdelijkheid van de regeling en de gegarandeerde terugkeer.

Werkgevers zullen daar wel wat tegenover moeten stellen. Zij moeten zorgen voor goede arbeidsomstandigheden (minimaal twee maanden loon garanderen, informatie in door de medewerker te begrijpen taal aanbieden, enzovoort), voor huisvesting en toegang verlenen tot essentiële voorzieningen als een huisarts. Er zal ook gewerkt worden aan de erkenning van vergelijkbare buitenlandse kwalificaties.

Financiering

Voor niks gaat de zon op, dus de brancheverenigingen hebben, in overleg met de vakbonden, toegezegd jaarlijks 50 miljoen euro te investeren in het Aanvalsplan te investeren. De overheid is gevraagd deze inzet te verdubbelen zodat er in 10 jaar 1 miljard euro beschikbaar is voor dit plan.

Bij het in ontvangst nemen van het Aanvalsplan zegt Micky Adriaansens, minister van Economische Zaken, inderdaad toe het bedrag ‘te matchen’. “Onze duurzaamheidsdoelen zorgen dat we in een klimaatneutrale wereld gaan leven. Daar hebben we kennis voor nodig. En techniek speelt daar een heel belangrijke rol in”, zegt Adriaansens. Ze vervolgt: “Ik vind het geweldig dat nu werkgevers daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Dan gaat het ook werken.”

Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, roemt het baanbrekende plan. “Met dit aanvalsplan willen we de bestuurlijke impasse doorbreken en willen we 60.000 vacatures structureel invullen. We willen alles en iedereen, of het nu zij-instromers, starters of de ervaren vakmensen zijn een perspectief bieden. Dit is echt een baanbrekend plan, want we doen dit nu eindelijk samen.”

Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland, sluit zich daarbij aan. “Door de unieke samenwerking met andere technische sectoren kunnen we onze achterban goed ondersteunen bij het oplossen van krapte op de werkvloer. Samen met vakbonden gaan we instroom en zij-instroom nog verder verbeteren en zorgen we dat we vakkrachten behouden voor onze sector.”

Hij vervolgt: “Ook helpen we onze bouw- en infrabedrijven bij investeringen in benodigde technologische innovaties en de inzet van talenten van buiten Nederland. De overheid kan dit faciliteren door meer programmatisch te gaan aanbesteden en experimenten met een vakkrachtenregeling mogelijk te maken. Samen maken we dan de goede ambities op het gebied van woningbouw en de energietransitie waar.” “Nederland valt compleet stil op het moment waarop we die vacatures laten bestaan”, besluit Terpstra. “En we hebben al die partijen om ons heen, of het nu het onderwijs betreft, de vakbeweging of de overheid nodig om dit tot een realisatie te brengen.” De welwillendheid van de overheid geeft hem vertrouwen. “Het is natuurlijk fantastisch dat het kabinet bij de aanbieding al zegt we zijn bereid om de gevraagde 50 miljoen euro ook te matchen.”

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required