Historisch afval verlaat Petten

Leestijd: 3 minuten

Erwin Boutsma

‘Het vergde veel voorbereidingstijd en de procedure zelf duurt ook zeker tot 2017, maar dat is logisch. Het is immers geen huishoudelijk afval waar we het over hebben.’

Aan het woord is Petra van Saaze, programma manager radioactief afval van NRG. De nucleaire dienstverlener coördineert als exploitant van de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten het karakteriseren, sorteren, herverpakken en transport van het zogenaamde historisch afval van de HFR. Na maanden van tests startte NRG deze maand met het proces.

‘In de jaren zestig hoefde het afval uit de HFR niet gesorteerd te worden’, legt Van Saaze uit. ‘Op dat moment wist men niet beter of het zou hier in Petten blijven. Maar in 1984 besloot de overheid dat al het radioactief afval in Nederland centraal moet worden opgeslagen bij de COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval, red.).’ COVRA bouwde daartoe eind jaren tachtig een verwerkings- en opslagfaciliteit voor laag- en middelradioactief afval en in 2003 een opslagfaciliteit voor hoogradioactief en warmteproducerend afval. Sindsdien vinden regelmatig transporten plaats van operationeel afval vanuit Petten naar COVRA.

Nu is het dus de beurt aan het historisch afval uit de beginjaren van de HFR, vooral afkomstig van de HFR en nucleair onderzoek. Het afval bestaat uit zo’n 1.700 vaatjes ‘ter grootte van een keukenafvalemmer’, aldus Van Saaze. De inhoud loopt uiteen van radioactieve restproducten van het onderzoek (metalen als ijzer, kobalt en nikkel) tot besmette laboratoriumkleding en gereedschap. COVRA accepteert de vaatjes echter pas als duidelijk is wat er precies in zit en wat het stralingsniveau is. Daartoe moet NRG de vaatjes allemaal karakteriseren, sorteren en herverpakken. Een enorme klus, die niet alleen tijdrovend is, maar ook de ontwikkeling en bouw van nieuwe apparatuur vereist. ‘Vastpakken van het afval is geen optie’, benadrukt Van Saaze. ‘Dus alles moet met robotica, in een beschermde omgeving en op afstand worden gedaan.’

Ze legt uit hoe dat proces verloopt. De vaatjes bevinden zich momenteel in de Waste Storage Facility (WSF), waar ze met z’n zessen op elkaar zijn gestapeld in betonnen buizen (‘pluggen’), die in een betonnen bak staan. Een robot tilt de vaatjes uit de pluggen en stuurt ze via een transportcontainer door verschillende inspectierondes die bepalen wat er precies in zit en hoe het moet worden behandeld. Een van de belangrijkste apparaten in dat proces is VINISH, waar een gammaspectrometer en een dosistempometer de inhoud van de vaatjes in meer detail bepalen.

Vervolgens komen de vaatjes in de Hot Cell Laboratory (HCL) terecht, waar ze worden omgekeerd op een tafel met een lageresolutiedetector, die real time het stralingsniveau meet. Een technicus ziet de resultaten op computerschermen en bedient twee robotarmen van achter ruim 1 m dik loodglas om de inhoud fysiek te scheiden op dosistempo en eventueel op te knippen in stukjes laag- en middelradioactief materiaal. De robotarmen zijn ook in staat schroevendraaiers of andere gereedschappen te hanteren.

Na laatste metingen in VINISH gaat het laagradioactief materiaal direct naar de COVRA voor samenpersing en permanente opslag; middelradioactief materiaal zal eerst nog in speciaal ontwikkelde transportcontainers naar een buitenlands verwerkingsbedrijf gaan voor het samengeperst en in cement gegoten naar de COVRA gaat voor permanente opslag. Van Saaze kan nog niet zeggen welk bedrijf deze tussenstap gaat uitvoeren, omdat nog niet alle contracten zijn getekend.

Voor een dergelijke unieke operatie bestaat geen apparatuur die je zo uit een catalogus bestelt. Veel onderdelen in het proces – software, meetapparatuur, robotica – heeft NRG dan ook zelf ontwikkeld of laten ontwikkelen, zegt Van Saaze. Een van de grootste installaties is de beladingseenheid voor het middelradioactief afval, waarvoor zelfs de kelder van de betreffende hal moet worden versterkt. ‘Omdat de stralingsniveaus hoger zijn, moet alles aan deze installatie zwaarder worden uitgevoerd dan de beladingsapparatuur voor het laagradioactief afval’, zegt Van Saaze. Ingenieursbureau Delmeco won de aanbesteding en is momenteel bezig met het detailontwerp van de beladingseenheid.

NRG werkt in twee ploegendiensten door om het historisch afval te sorteren en verwerken, maar wordt beperkt doordat er maar één geschikte eenheid in de Hot Cell Laboratory op de onderzoekslocatie in Petten is vrijgemaakt van reguliere operatie. ‘En de veiligheid staat voorop, dus overhaast te werk gaan wil je sowieso niet’, benadrukt Van Saaze nog maar eens. De werkzaamheden zullen tot eind 2017 duren.

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required