Architect Oosterhuis op de bres voor ‘walvis’

Runa Hellinga

Het moet een van de blikvangers van Boedapest worden, de glazen ‘walvis’ die de Nederlandse architect Kas Oosterhuis ontwierp voor een prominente plek aan de oever van de Donau.

‘Cet’ (Hongaars voor walvis) integreert twee historische pakhuizen in een grote glazen overkapping. Het project moet nieuw leven blazen in een oud industrieel stuk Donau-oever en biedt straks ruimte aan winkels, restaurants, kleine bedrijfjes en een evenementenhal van 1500 vierkante meter. Het gebouw had dit voorjaar af moeten zijn, maar Oosterhuis heeft een diepgaand meningsverschil met de Hongaarse projectontwikkelaar over de correcte uitvoering.

 

Oosterhuis’ bureau ONL is gespecialiseerd in building information modelling (BIM), waarbij de computer de prefabricage van de bouwelementen en het bouwproces stuurt. De bijzondere geometrische vorm van Cet is alleen maar mogelijk dankzij zo’n productiemethode, zegt Oosterhuis.

 

‘De huid bestaat uit driehoekige glazen panelen, allemaal met een verschillende vorm, die profielloos worden verlijmd. De uitvoering luistert heel nauw; minieme afwijkingen kunnen al grote problemen veroorzaken. Die precisie lukt alleen als de computer het hele proces aanstuurt.’

 

Opdrachtgever van Cet is de gemeente Boedapest, maar de uitvoering ligt bij een private projectontwikkelaar, Porto Investment Hungary. Ondanks Oosterhuis’ herhaalde waarschuwingen heeft dat bedrijf de hightech uitvoering ingeruild voor een traditionele bouwwijze. De gevel wordt nu traditioneel uitgevoerd met opdekprofielen.

 

Afgezien van het feit dat het gebouw daarmee een ander karakter krijgt dan Oosterhuis beoogde, voorziet de architect op den duur serieuze problemen. ‘Door het gebruik van profielen is de strakke lijnvoering weg, de detaillering klopt niet meer, en er gaan onvermijdelijk scheuren en kieren ontstaan tussen de stalen profielen en het glas. Dat leidt uiteindelijk tot lekkages en lekstrepen op de buitenkant van het gebouw’, zegt hij.

 

Oosterhuis heeft inmiddels een advocaat in de arm genomen, in de hoop dat Cet nog ten goede gekeerde kan worden. Slechts een klein deel van de glazen kap is inmiddels aangebracht, en zijn hoop is dat de gemeente als opdrachtgever ingrijpt, temeer daar de Boedapester architectenkamer ook aan de bel heeft getrokken. ‘Mocht dat niet lukken, dan moet je het uitgevoerde bouwwerk als een slechte kopie van het origineel beschouwen’, aldus Oosterhuis.

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required