1998: Wordt het nog wat, die warmtepomp?

Leestijd: 3 minuten

Benno Boeters

‘Warmtepomp laat op zich wachten’, zomaar een bericht in het vakbladenoverzicht, achterin de TW-editie van 21 januari 1998. Het blad Energietechniek (nog geen website om naar door te verwijzen, wel een telefoonnummer!) had een bericht over onderzoek van de Universiteit Groningen.

Daar had men experts op energiegebied gevraagd of het nog wat zou worden met die warmtepomp. Mensen uit de gassector schatten de marktkansen voor een elektrisch apparaat dat de gasketel vervangt lager in dan hun elektro-collega’s. Niet ècht verwonderlijk. De voorspelling dat tussen 1998 en 2008, 3 tot 17 % van de nieuwbouwhuizen voorzien zouden zijn van zo’n warmtepomp, was wel erg optimistisch.

Volgens cijfers van het CBS stonden er vorig jaar 295.459 warmtepompen in Nederland, waarvan 143.425 in woonhuizen (105.800 op buitenluchtwarmte, rest op bodemwarmte). Op de pakweg 7,5 woonhuizen in Nederland is dat natuurlijk een schijntje.

Warmtepompen, die net als koelkasten (compressor, koelmiddel) warmte en koude verplaatsen naar binnen of naar buiten, en die een zeer hoog rendement halen omdat de bron van de warmte (buitenlucht, bodem, oppervlaktewater) onuitputtelijk is, zijn prijzig. En je hebt vloerverwarming nodig om de laagwaardige warmte over een flink oppervlak te distribueren. Maar in combinatie met ‘eigen’ groene stroom uit zonnepanelen vinden milieubewuste mensen het meer en meer een aantrekkelijke optie.

Saillant was het bericht dat in 1998 naast het warmtepompverhaal stond: ‘Shell duikt in het teerzand’. ‘Meer dan de huidige winbare voorraad van Saudi-Arabië.’ Het woord koolstofdioxide(-uitstoot) kwam in die tekst niet voor.

 

 

Peter Baeten

21 januari 1998

Het blad Energietechniek publiceert in januari de resultaten van een onderzoek naar de toekomst van de warmtepomp. Het realiteitsgehalte van het overheidsbeleid rond de warmtepomp is onderzocht door de Universiteit Groningen.

Er werden experts uit de gas- en elektriciteitssector ondervraagd. Deze deskundigen bleken het niet erg eens over de toekomst van de warmtepomp. Het panel verschilde sterk van mening over de toekomstige marktomvang van de elektrische warmtepomp in Nederland.

Als de geplande achthonderdduizend woningen worden gebouwd, zal de marktomvang over tien jaar tussen de dertigduizend en 250.000 liggen; ofwel een penetratiegraad tussen de drie en zeventien procent.

De experts uit gassector zijn over het algemeen voorzichtiger met hun schatting dan experts uit de elektriciteitssector.

De conclusie van de Groningse onderzoekers luidt dat een grote penetratiegraad van elektrische warmtepompen in het marktsegment nieuwbouw de komende vijf jaar nog niet aan de orde is. Het overheidsbeleid is gezien de schattingen van de experts haalbaar maar ambitieus. De investeringskosten zijn nog te hoog om een warmtepomp rendabel te exploiteren. Toenemend gebruik van warmtepompen zal op termijn wel resulteren in een verhoging van de rentabiliteit. Energietechniek, tel. 026-3563018

 

Shell gaat de teerzandvelden van Canada exploiteren. Het bedrijf investeert 2,7 miljard gulden in een nieuw raffinaderijdeel in de buurt van de Scotford-raffinaderij bij Edmonton. De winbare olievoorraden in de Canadese velden zijn meer dan de huidige winbare voorraad van Saudi-Arabië, zo meldt Shell Venster van januari.

Conventionele olie kan eenvoudig en dus goedkoop worden aangeboord en geproduceerd. Bij teerzanden hebben we het echter over een dikke prut van zand, gesteente en olie. Van teerzandolie kunnen relatief weinig middendestillaten (zoals kerosine en diesel) worden gemaakt. Verder bevat de olie veel metalen en stikstof en juist heel weinig waterstof. Dit betekent dat de bitumen van teerzanden alleen in speciale raffinaderijen kunnen worden verwerkt tot een apart soort ruwe olie.

Bij dagbouw van teerzandolie wordt de toplaag van de velden verwijderd en opgeslagen, waarna kranen het teerzand afgraven. In een extractiefabriek wordt de grond fijngemalen, waarna men het mengsel in reactorvaten mengt met kokend water en stoom. De dikke bitumen worden gemengd en verdund met nafta zodat het geheel kan worden gescheiden. Door centrifuge worden water en mineralen gesepareerd van de verdunde bitumen. Deze stroom halffabricaat gaat vervolgens via een pijpleiding naar de raffinaderij voor opwerking.

Bij dieper gelegen reserves worden grote aantallen boringen verricht, waarna de oliedeeltjes via heet-water en/of stoominjectie worden losgeweekt van het zand. Shell Venster, tel. 010-4696266

 

 

Lees ook

Nieuwsbrief
* indicates required