1998: Terug van nooit weggeweest

Benno Boeters

Falend beleid is van alle tijden en EZ maakte zich hier in 1998 volgens Arie Kraaijeveld, destijds de voorzitter van werkgeversvereniging FME-CWM ook schuldig aan. Beleidsmatig is er intussen heel wat veranderd, zo blijkt in deze terugblik op 1000 x TW.

Industriebeleid was, na het debacle van de RSV, de verdampte 2,2 miljard gulden aan staatssteun voor de ten dode opgeschreven grote scheepsbouwers in Nederland, volstrekt taboe. Ooit zo ongeveer de raison d’être van het ministerie van Economische Zaken, maar na een heftige parlementaire enquête, begin jaren tachtig, mocht je nooit meer ‘industriebeleid’ hardop zeggen in Den Haag.

Dirigistische aansturen door overheidsambtenaren kon niet meer, bedrijven moesten nu met zachte hand gestimuleerd worden. Héél anders dus dan vroeger, al ging het nog steeds om geld. Maar zachte hand of niet, er moesten wel regelingen komen voor de subsidies, belasting-douceurtjes, enzovoort. Heel veel regels en dito ambtenaren.

Tot grote ergernis van Arie Kraaijeveld, toentertijd voorzitter van werkgeversvereniging FME-CWM en een man die nooit een blad voor de mond nam. Hij vertelde in TW van 19 augustus 1998 aan toenmalig TW-redacteur Henk Tolsma dat ‘het hele woud van technologiesubsidies moet worden gesaneerd’. De onder EZ vallende clubs als Senter, Syntens en Novem, konden wat hem betreft samengevoegd worden zodat ze zouden ophouden geld te verspillen.

Hetzelfde gold voor de hele schil van adviesbedrijven die moesten helpen de ambtelijke bastions binnen te dringen. ‘Ik heb eens uitgerekend dat door slecht ontwikkelde regelgeving er in de zakelijke dienstverlening tegen de 200 miljoen aan werk gecreëerd wordt voor adviseurs die ondernemers de weg moeten wijzen in de overheidsregels. Dat komt ten goede aan de KPMG’s, de Morets en aan Pecunia non Olet.’ (Laatstgenoemde was geen accountantsbureau maar latijn voor ‘geld stinkt niet’). 

In de jaren daarna kreeg Nederland het Innovatieplatform dankzij Balkenende II tot en met IV. En de opvolgers: de negen Topsectoren. En de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Industriebeleid is nooit weggeweest.

 

19 augustus 1998

Henk Tolsma

Het nieuwe kabinet moet het woud van subsidies voor technologieontwikkeling drastisch saneren. Bij de uitvoering van die regelingen blijft er teveel aan de strijkstok hangen, aldus drs. Arie Kraaijeveld.

‘Ik heb eens uitgerekend dat door slecht ontwikkelde regelgeving er in de zakelijke dienstverlening tegen de 200 miljoen aan werk gecreëerd wordt voor adviseurs die ondernemers de weg moeten wijzen in de overheidsregels. Dat komt ten goede aan de KPMG’s, de Morets en aan Pecunia non Olet. Hier wordt met collectieve middelen de verkeerde werkgelegenheid gecreëerd. Dat is natuurlijk te gek voor woorden. Het is Kafka aan de Rijn.’

Wat is er mis met de technologiesubsidies?

‘Er is onvoldoende aandacht voor de uitvoering van het beleid. Dat is een verwijt aan de politici. Zij zijn verantwoordelijk voor de beleidsvorming én voor de uitvoering. Er zijn technologiestimuleringsregels op Europees, op nationaal en zelfs op provinciaal niveau. De provincie Friesland bijvoorbeeld heeft een eigen technologieregeling. Om in dat woud de weg te vinden zijn veel adviseurs nodig. Het is natuurlijk bizar dat de dienstensector groeit door de complexiteit van de overheid.’

Zij er ook goeie regelingen?

‘Natuurlijk. De WBSO is qua volume en constantheid in de uitvoering uitstekend. En over het samenwerkingsinstrumentarium, regelingen die bedrijven en kennisinstituten stimuleren samen te werken zijn we ook tevreden.’

Andere landen steunen hun bedrijfsleven ook bij technologieontwikkeling. Dan kan Nederland niet achterblijven.

‘Zeker, ik ben voor een concurrerend technologie-instrumentarium. Wat dat betreft lopen we nog steeds achter. Als percentage van het bruto nationaal product geven we minder aan r&d uit dan omringende landen.’

U hebt ook kritiek op het grote aantal kleine regelingen.

‘Er zijn vele kleine regelingen waar maar een paar miljoen gulden in omgaat en waarvan een groot deel opgaat aan bureaukosten. Zo bestaat er een regeling voor startende exporteurs waar ongeveer twee miljoen voor beschikbaar is. Vaak gaat het om thematische regelingen. Neem bijvoorbeeld de EET-regeling met als thema milieu, waarin 30 miljoen omgaat, en de TIEB-regeling met als thema energie, allebei gericht op stimuleren van samenwerking tussen ondernemingen en kennisinstituten. Ik vraag me dan af: kan dat niet in één samenwerkingsinstrument met een stevig bedrag aan geld?’

U richt uw pijlen met name op Syntens, Senter en Novem.

‘Bij Syntens gaat 80 miljoen per jaar om, als blijkt dat dat niet werkt kan het weg. Syntens bedrijft oneigenlijke concurrentie door bedrijven twee dagen gratis advies te bieden. Onze zusterinstelling de Metaalunie heeft een eigen adviesbureau, PKM, dat door de leden wordt gefinancierd en niet meer dan een halve dag gratis advies kan bieden. Dat klopt niet.’

U kunt Syntens wel willen opheffen, maar de ervaring wijst uit dat kennisoverdracht niet loop zonder intermediair.

‘Waarom kunnen de bedrijven dat zelf niet, waarom kunnen de kennisinstituten dat niet. Ik begrijp dat niet. Syntens is bedacht door de overheid, maar ik denk dat we niet zo geholpen hoeven te worden.’

Wat is uw bezwaar tegen Senter?

‘Senter wordt autonoom te groot gemaakt (450 man, 1,5 miljard omzet; red.’) door de vele complexe regelingen. Dat is geen verwijt aan Senter, maar aan de politiek. Het moet een slanke organisatie worden.’

En Novem?

‘Novem doet vrijwel hetzelfde als Senter. Het zou beter zijn als die twee fuseren.’

Hoe moet het dan?

‘Het hele woud van technologiesubsidies moet worden gesaneerd. Er moeten twee soorten regelingen overblijven: één gericht op individuele bedrijven en één gericht op samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen.’

Ik zie niet dat het ook die kan op gaat.

‘Jawel, EZ is bezig het hele instrumentarium tegen het licht te houden.’

Lees ook

Nieuws brief
* indicates required